Tag Archives: Magnus Broo

Enola.be review by Guy Peters

3 x Martin Küchen - Angles 9, Küchen & Landæus Trio, solo

De negenkoppige versie van Angles die in 2012 nog in Hasselt stond (een concert dat deels door Clean Feed werd uitgebracht als In Our Midst) trok in 2013 ook nog de studio in om daar zijn vijfde album in te blikken. Het was de eerste keer dat het niet op een podium gebeurde. Niet dat het iets afdoet aan de impact van de muziek, want Injuries is vermoedelijk de meest complete en uitbundige Angles totnogtoe.

CF 303Van de shock & awe-methode van de band is dan ook nog geen greintje verloren gegaan. Küchens paradepaardje is een ‘niets in de handen, niets in de mouwen’-machine, een denderende muziektrein, een negenkoppig balorkest dat recht op het hart mikt met grandioze thema’s, pompende ritmes en genoeg drama om een avond toptheater op te luisteren. Angles beschikt over finesse, mysterie en intelligentie, maar is bovenal een gulle band, eentje die regelmatig op het rempedaal gaat staan, maar vooral ook voluit gas durft geven. Voor zoutpilaren is zo’n bonkend hart misschien wat veel van het goede, de rest gaat voor de bijl.

Meer dan tevoren is de spirit van Afrika in de muziek geslopen. De Oost-Europese en Arabisch getinte referenties, die waren er al, maar de Afrikaanse drive waar we in Hasselt al even van mochten proeven (maar wat niet echt meegenomen was op het korte In Our Midst), legt een nog grotere nadruk op ritmische stuwing. Dat is meteen al dominant in opener “European Boogie”, dat na een vibrafoonintro en een daaruit opduikende drumaanzet uitpakt met een van de meest swingende thema’s uit de uit z’n voegen barstende Anglescatalogus. Kleurrijk samenspel, vitale power en vooral die organische schwung.

De muzikanten die Küchen omringen zijn stuk voor stuk kleppers die perfect omkunnen met technische hoogstandjes, maar de strakheid van Angles is er geen van de machinale metronoomperfectie, maar van de schuring. Dit is jazz met bakken soul, vloeiende timing en een wisselwerking waarbij muzikanten inpikken en verder bouwen op elkaars hints alsof er wordt gewerkt met doorgegeven atletenstokjes. Hier is geen plaats voor gladheid. En als dan eens de treurnis wordt opgezocht, zoals in “Eti”, dan is dat met de overtuiging van iemand die het klappen van de zweep kent. Composities bloeien open, vallen uit elkaar en pikken zichzelf op om nog sterker dan tevoren terug te keren.

Er zit ook een onwaarschijnlijke dynamiek in deze plaat. Voor elke minuut filmische grandeur krijg je ook een stuk bonkende, dansende wereldjazz. Zo’n “Ubabba” werkt al net zo aanstekend als de muziek die The Ex opnam met Getatchew Mekuria, terwijl de denderende grandeur het titelnummer past als soundtrack bij de Spaanse burgeroorlog, vooraleer weer om te slaan in tumultueuze freejazz en een fantastische, ontroerende tweede helft die geen mens onbewogen kan laten. Rauw, rafelig, fragiel, gekwetst, somber, dromerig en heroïsch in één. Al goed dat het afsluitende “Compartmentalization” even een lichter geluid laat horen, anders zou je er nog een gebroken hart aan overhouden.

Naar goede gewoonte bevat ook deze Angles wat bekend werd dat hernomen wordt. Hier is dat een prachtversie van “In Our Midst” (al mis je de aanmoedigende kreten van Küchen uit de live versie) en het tweeledige “A Desert On Fire, A Forest / I’ve Been Lied To”, dat al te horen viel bij respectievelijk Trespass Trio en All Included. Een bezwerende trip én een albumhoogtepunt van meer dan twintig minuten dat in z’n tweede helft minstens zo diep kerft als “Injuries”.

We maakten ons onlangs nog de bedenking dat de woede en de verontwaardiging eigenlijk al te veel naar het achterplan verschoven zijn binnen de jazz. Angles 9 zet dat alweer voor een stukje recht. De methode is bekend, het effect blijft even sterk. Dit is geëngageerde muziek van de gebalde vuist en het bloedend hart, intens persoonlijk en vertrouwend op collectieve macht. Het resultaat is voor de vijfde keer een prachtplaat en legt de lat hoog voor wie dit jaar nog een statement te maken heeft. Overrompelende plaat van Martin Küchen (alt- en tenorsax), Alexander Zethson (piano), Mattias Ståhl (vibrafoon), Johan Berthling (contrabas), Andreas Werliin (drums), Magnus Broo (trompet), Mats Äleklint (trombone), Goran Kajfes (kornet) en Eirik Hegdal (bariton- en sopraninosax). Het album verscheen op CD en 2LP.

Maar er is nog meer voor de liefhebbers van Küchens werk. Het Moserobie-label van Jonas Kullhammar bracht zopas ook een Four Lamentations And One Wicked Dream Of Innocence uit van Martin Küchen & Landæus Trio. Dat trio bestaat uit pianist Mathias Landæus, bassist Johnny Åhman en drummer Jonas Holgersson. Als Angles 9 de band van maximalisme is, een expressieve davertrein, dan kiest dit kwartet resoluut voor meer introverte oorden. Dat wil niet zeggen dat het vuur verdwijnt. Integendeel, net als bij het Trespass Trio zit de passie hier net onder het oppervlak — altijd aanwezig, maar eerder smeulend dan brandend. Vier van de vijf stukken zijn haast volledig uitgebeend en minimalistisch, drijvend op sobere, repetitieve elementen, of het nu gaat om een lome aanhoudende baslijn (“Post Injuries”) of een trance die ondanks meer reliëf toch intact blijft.

Landæus duikt soms in de pianobuik om de snaren te bewerken en ze die metalige resonantie te geven, maar zijn spel is doorgaans zeer beheerst, alsof hij in slow motion zit te repeteren, blijft weglaten tot hij overblijft met de essentie. Ook de ritmesectie houdt het doorgaans bij de basis, waardoor dit een compactheid krijgt die haast meer gemeen heeft met de doomjazz van Bohren & Der Club of Gore dan andere Zweedse krachtpatsers. Dat maakt het ook dubbel zo mooi als de muziek dan toch even gaat wringen, horten, stoten (Küchens bekende “Don’t Ruin Me”). Zelfs als die baritonsax ruist en vergezeld wordt van een bas en drums die tergend traag hun ding doen (“En Jämtländsk Xe”) verdwijnt de intensiteit niet. Fluisterjazz, maar zo zwart als de nacht.

In “Du Rör Dig Så Sakta…” duikt een baslijn op die je met wat goede wil funky zou kunnen noemen, maar het is een compositie die ook een zuiderse invloed verraadt, die lijkt te twijfelen tussen het Europese Zuiden en het Midden-Oosten, waarbij de piano al net zo mooi uitblinkt als de sax. Afsluiter “One Minute Of Innocence” krikt het tempo en de energie op, gaat van start met Küchens kapot klinkende altsax die een boppastiche lijkt te willen aanzetten, maar gaandeweg meer ontregelt. Een plaat met enkel dat soort spul zou er zeker ingaan, maar nu heeft het ook een knap verrassingseffect na de voorgangers. Een plaat die misschien wel de grootsheid en woeligheid mist van het beste van Angles 9 en Trespass Trio, maar al net zo duidelijk en verslavend de Küchen-stempel draagt. Het album verscheen enkel op (blauw) vinyl, in beperkte oplage.

Ten slotte verscheen recent ook nog soloplaat …And Everything Inside Came Down As Dust bij het Confront label, dat een decennium geleden al solowerk van Küchen uitbracht (en zijn cd’s nog steeds verkoopt in mooie metalen doosjes). Dit laat een heel andere gedaante van de saxofonist horen, met muziek die in het verlengde ligt van The Lie And The Orphanage (2010) en Hellstorm (2012). De goede verstaander weet dan dat er van die uitbundigheid waar dit artikel mee begon niets meer over blijft. Hier draait het immer om geluid in z’n meest geïsoleerde vorm. Voluit geblazen melodieën komen er niet aan te pas; dit draait om pure textuur, luchtverplaatsing, lippenspanning en drukwisseling.

De opnames gebeurden in de Weense Expedithalle, in vooroorlogse tijden een van de grootste broodfabrieken. Verwacht echter geen bakken galm of weidse sound, want Küchen keert hier naar binnen met zijn saxen en ‘preparaties’, waarvan de aard doorgaans compleet onduidelijk is. In “2 Million Sq Ft Of Masonry” hoor je een combinatie van plofklanken en vervormde muziek. Een cassetterecorder in de klankbeker? Een pocketradiootje dat niet goed afgesteld is (we zagen hem daar al mee in de weer)? Geen idee, maar het zorgt voor een effect dat zowel prikkelt als verwart. In “5 Million Square Ft Of Painted Surfaces” draait het dan weer om een grotesk uitvergrote ademhaling die door het mondstuk (of misschien wel rechtstreeks in de sax) geblazen wordt.

Elders komt er geslurp en gekraak aan te pas, krijg je een drone te horen die naar elektroakoestische regionen lonkt, komen er flarden vervormde Arabische muziek voorbij en lijkt het even alsof je luistert hoe iemand geschoren wordt in een kapsalon. Een vreemd auditief spektakel waar spoken door lijken te waren. Met “Ritual Defamation In Vienna” komt dat politieke element weer naar boven dat centraler stond op Hellstorm. Die laatste plaat had ook iets meer impact, werkte geslaagder in op het gemoed, maar ook dit album laat een kant van de artiest horen die op z’n minst een opmerkelijke contrast vormt met de extraverte emo-aanslag van Angles 9.

http://www.enola.be/muziek/albums/23838:3-x-martin-kuechen-angles-9-kuechen-a-landaeus-trio-solo

Aftenposten review by Arild Andersen

CF 303Angles – Injuries (CF 303 LP and CD)
*****
Det er på høy tid at et større publikum får ørene opp for Martin Küchen.

Den svenske saksofonisten har en egen kreativ nerve i det han gjør. Jeg kan ikke huske å ha sett han en eneste gang på scenen uten at han har fylt rommet med bærende innhold. Han kan være engasjerende smal som lydkonstruktør og eksperimentalist, men som leder for bandet Angles, har han gjort noen av sine beste fremstøt.

Det som for syv år siden var Angles 6, har vokst til Angles 9, og ministorbandet har nærmet seg en form som kan minne om Charlie Haden Liberation Music Orchestra. Musikken kombinerer et vemodsvakkert, ledig drag med en opprørsk tone.

Küchen har skrevet materialet, og bandmedlemmene har arrangert. Besetningen teller mange av samtidens fremste svenske jazzmusikere, samt den norske saksofonisten Eirik Hegdal. Vibrafonist Mattias Ståhl har en sentral plass. Han tilfører en swingende oppdrift i et ellers groovy landskap. Magnus Broos trompet spruter og risler, ettersom musikken skifter karakter.
Den vakre og ubekymrede melodien i In our midst hviler på et alvorlig fundament. Slik veksler og kontrasteres elementene i et gnistrende hele. Med Injuries har Angles 9 etablert seg som et av de mest interessante faste ensemblene i Europa.
http://www.aftenposten.no/kultur/anmeldelser/To-svenske-saksofonister-det-er-verdt-a-lane-oret-til-7589933.html#.U47973JdUud

All About Jazz review by John Ephland

CF 303Angles 9 – Injuries (CF 303)
What’s to love about this CD is the musicality that’s thrown into the maelstrom of styles and attitudes. You’ve got a hint of early, experimental jazz from the mid-60s with the opening number, “European Boogie” (think Bobby Hutcherson with Eric Dolphy or Archie Shepp, the vibes being paramount); that’s until they all start into a kind of Tower of Power incantation. From there, it’s a lot of well-mannered, outlandish rummaging, the nonet of Angles 9, led by saxophonist Martin Kuchen, and their “injuries” playing out across seven varied originals.

This music is a rarefied listen to those with a flair for the sound of instruments played well but also played with an eye and ear for semi-organized sound generally painted outside the lines. Injuries is both inside and outside. Angles 9 surprises in part because of the marvelous array of instrumentalists on board, vibraphonist Mattias Stahl a key voice but also Eirik Hegdal joining Kuchen on the rolling, rollicking almost-marching-band entreaty “Eti.” Other cast members who surface as vivid musical personalities include trombonist Mats Aleklint, cornetist Goran Kajfes and trumpeter Magnus Broo. Not a straggler among the bunch.

“A Desert on Fire, A Forest /I’ve Been Lied To” highlights the rhythm section, it’s trolling, ruminative cadences come to us almost like a death watch, lovely and mysterious, pianist Alexander Zethson, bassist Johan Berthling and drummer Andreas Werliin plodding along (with vibraphonist Stahl in tow) as the song gradually unfurls with the whole ensemble. It’s as if everyone is expressing what it feels like to be lied to.

Broken up into four sections, all arrangements are by the band; a band of merry-makers full of ideas, full of group empathy. Moods change from boisterous to somber, the unpredictability factor combined with top-notch musicianship the calling card.
http://www.allaboutjazz.com/injuries-angles-9-clean-feed-records-review-by-john-ephland.php#.U45DTXJdUuc

Free Jazz review by Dan Sorrelis

CF 284Angles 9 – In Our Midst (CF 284)
****
One of last year’s highlights was Angles 8’s sprawling By Way of Deception, an album that introduced an expanded line-up and featured liner notes by Free Jazz blog founder Stef Gijssels. After two previous releases on Clean Feed, By Way of Deception showed that there was still room for bandleader Martin Küchen’s vision to grow, with pianist Alexander Zethson greatly expanding the group’s rhythmic foundation, and Eirik Hegdal’s additional saxophone further broadening the band’s sonic palette.

On Clean Feed’s latest venture into the LP resurgence, Angles has expanded yet again, adding trumpeter Magnus Broo back into the fold after his absence on By Way of Deception. (It should be noted the band has grown even more since this recording, appearing at Jazzfestival Saalfelden this summer as a 10-piece with an additional drummer). A single LP, In Our Midst feels like a quick update, an intermediate document that serves as a snapshot of the band as it continues to evolve.

In Our Midst opens with a new eponymous track, a smoldering piece that builds a typically wistful melodic theme over slow-motion afrobeat rhythms. Angles’ music has always been deceptively simple and completely unsubtle at first blush. In reality, it’s meticulously crafted, emotive music that’s continually reborn as the musicians explore the possibilities in songs they have become intimately familiar with (Küchen doesn’t write anything down—the group learns and internalizes the music through Küchen’s demonstrations). Angles has in spades what many improvising groups have trouble conjuring: visceral emotional impact. It’s a music that aims to deliver to the listener even the smallest notion of its creator’s incredible passion. Huge rhythmsand dulcet counterpoint, playfulness and humor juxtaposed with plaintive melody, the fact that all of their albums have been live concert recordings: all of these serve as direct conduits of music-making passion. An Angles tune is designed to elevate musician and listener together to a shared, ecstatic plane. Foremost, it is a music of feeling.

One of the many pleasures of following Angles over the years has also been hearing the wayKüchen’s pieces have developed along with the band. The overlap in tunes on previous albums continues here: In Our Midst’s other offerings include “Every Woman is a Tree” from their debut, and the title track from last year’s By Way of Deception. “Every Woman is a Tree” has a fairly standard jazz tune structure, and has served as one of few vehicles for extended soloing by Küchen. Here, it takes on an all-new intensity, beginning with an angular piano vamp before ramping up to the head. The band now has many more possibilities behind the long solo in the mid-section: first, a monstrous bearing-down on the hypnotic beat; then multi-octave rephrasings of the main theme; finally, out-and-out improvised mayhem. The song sounds more urgent and cathartic than ever before. Similarly, “By Way of Deception” feels far more primal, the band muscling through the first portion of the song like brutes on a rampage.

On one level, you could say In Our Midst is more of the same from Angles. To my mind, that will continue to be a reason to get excited. But it’s a sentiment that oversimplifies: these songs may be familiar, but like the very best musical acts, Angles makes them feel new each time they’re heard.
http://www.freejazzblog.org/

Best of 2012 list by Oscar Arribas (Cuadernos de Jazz)

CF 255Dark Lady of the Sonnets Wadada Leo Smith’ Mbira (Tum Records)
Alive at the Vanguard Fred Hersch Trio (Palmetto)
To Infinity and Beyond Ja Vigiu Plamja (El Gallo Rojo)
Lifeline Rolf & Joachim Kühn Quartet (Impulse!)
Takes Off PLATFORM 1 (clean feed)

Son tantos los discos que uno ha ido escuchado a lo largo de un año que cuando toca mirar atrás para seleccionar unos pocos te das cuenta de lo rápido que transcurre el tiempo. A la hora de hacer balance, uno se sorprende al comprobar que todos aquellos discos escuchados hace más de seis meses parece como si hubieran sido editados el año pasado. Cada referencia que llega a tus manos parece tener una fecha de caducidad  que indica que debe ser dejada a un lado lo más pronto posible para hacer sitio a la siguiente, y ésta, a su vez, a la próxima que esté a punto de ser editada. De repente, sin darte cuenta, el placer de disfrutar de un disco se convierte más bien en una forma de consumo compulsiva y superficial.

Por esa razón y desde hace unos años, mi cantidad de discos escuchados ha ido bajando progresivamente, si bien el tiempo dedicado a cada uno de ellos ha aumentado cada vez más. De este modo, uno acude a las novedades discográficas sin prisas, a su debido tiempo. ¿Y qué mas da que hayan sido editados hace ya varios meses? Al fin y al cabo, cuando uno adquiere un disco lo hace con el objetivo de que forme parte de su fonoteca particular, donde no hay fechas de caducidad que valgan ni prisas para deleitarse con la música seleccionada.

¿Son estos los mejores discos de 2012? Seguramente, no. La razón por la que han sido seleccionados estos y no otros se debe única y exclusivamente a que sus audiciones han sido para mí de las más gratificantes del año. Aunque puestos a recordar, no se me olvidará la actuación del Aurora Trio de Agustí Fernández, Barry Guy y Ramón López en el Colegio Mayor San Juan Evangelista de Madrid. De acuerdo, no es un disco editado, pero si lo hubieran sacado a la venta a la salida del concierto lo hubiera comprado sin pensarlo dos veces y estaría entre los cinco mejores del año.
http://www.cuadernosdejazz.com/index.php?option=com_content&view=article&id=2625:los-mejores-discos-de-2012-iii&catid=10:general&Itemid=11

Point of Departure review by Jason Bivins

CF 255Platform 1 – Takes Off (CF 255)
The suggestively named ensemble Platform 1 is constituted by top drawer improvisers from several different scenes. Reeds player Ken Vandermark and trumpeter Magnus Broo have long experience together from various ensembles and shared friendships, and they’re joined on the front line by the superb trombonist Steve Swell. The group is rounded out by an engine room stoked by bassist Joe Williamson and drummer Michael Vatcher. Their music takes on a lot of different aspects, but it’s often rather rolling and rambunctious, with an energy and even some arrangements that recall mid-1960s Archie Shepp to some extent. No fear of derivative music here, though, as the compositional framework and the instrumental vocabularies are far more contemporary (even if Swell does owe an audible debt to Rudd, a fine thing that). For example, for every boisterous yawp and raggedly swinging passage, the band is as likely to move crisply into a clacking, Braxtonian pulse track to focus their energies differently.

But, possible influences aside, a lot of the pieces here are not only vehicles for terrific playing (the brass players in particular won me over) but are great expressions of these players’ personalities and backgrounds. Broo’s jaunty, swaggering “Portal #33” and uproarious “Dim Eyes” recalls the enthusiasms of his work in Atomic (and to a lesser extent those of a different, Broo-less band, Exploding Customer). Vandermark sounds really good throughout here: lusty and focused on “Dim Eyes” (which also boasts killer work from Vatcher), sweetly melancholy on his marvelously assured ballad “Stations” (for CF honcho Pedro Costa),” and funky as hell on his Rudd dedication “In Between Chairs.” Speaking of funk, Swell’s “Compromising Emanations” hits the sweet spot just after the nicely groaning textural piece “Deep Beige.” A smart, well-balanced set overall.
http://www.pointofdeparture.org/PoD41/PoD41MoreMoments6.html

The New York City Jazz Record review by Kurt Gottschalk

CF 255Steve Swell Nation of We – The Business of Here… (Cadence Jazz)
Platform 1 – Takes Off (CF 255)
Steve Swell is a hard one to put a finger on. His playing is so pure it’s hard to see him in it – what a trombone would want to be if it didn’t need human assistance. Such clarity of vision isn’t easily sustained in a band two-dozen strong, at least not while keeping the flame of the Downtown jazz scene Swell has been associated with for close to 40 years. But on The Businessof Here… Live at Roulette he lets the big band unleashits power at times while retaining a delicate control over much of the proceedings. The result is an uncompromising 70 minutes that breaks into some lovely moments, including a violin duo (Rosi Hertlein and Jason Kao Hwang) that dissolves into a sax-with-strings in miniature upon the entrance of Giuseppe Logan. From that point, about 20 minutes in, Swell deftly rebuilds the band, slowly bringing in players and earning the momentum of a free jazz explosion but not before a convincing beat invocation by bassist/poet Albey Balgochian. It’s a fun ride all around and shows the freedom to be found in discipline.

Platform 1’s Takes Off is a smaller ensemble, which similarly benefits from judicious restraint and given the players it’s no surprise. The quintet is fronted by Swell, Ken Vandermark (tenor sax and Bb clarinet), whose dedication to jazz discipline has extended to numerous homages and dedications, and trumpeter Magnus Broo, who has played with Vandermark before- notably in the exceptional 4 Corners – and is a part of the vital Swedish jazz scene. Backing them is the wonderfully on-point drummer Michael Vatcher and the fine Swedish-by-way-of-Canada bassist Joe Williamson. All but Vatcher contribute compositions to this fine collection and all show a respect for the proceedings. It’s that sort of stoking flames, rather than dumping lighter fluid on them, which makes fiery jazz like these two records so exciting.

JazzWrap review by Stephan Moore

Platform 1 – Takes Off (CF 255)
Another couple of weeks and another excellent project featuring some of the best on the Free Jazz scene. Platform 1 is an international combination that has worked together in various forms (most recently as Resonance Ensemble). But what makes Takes Off slightly different is the freedom in which the musicians create and utilize the space around them to superb effect.

“Portal #33″ had shades of Vandermark’s main outfit, The Vandermark 5. The sound is fast paced but with a fun well-intended groove. Williamson, Swell and Vatcher are killer. The piece swerves with more improvised lines towards latter portions before Broo and Williamson lead the quintet gently out.

This gives way to a steady, quiet and introspective “Stations,” in which Broo’s passages have a sweet delicate beauty to them. Williamson has a great quiet solo towards the end that is later joined by Vandermark. Really touching harmonies of dedication.

“Deep Beige/For Derek’s Kids,” a double melodic suite written by both Williamson and Swell, moves with dark entrancing tones through subtle notes from the horn section and some free movement by Vandermark on clarinet. This first portion lulls the listener into a quiet sense of abandon.

The mood becomes slightly more open and spacious with the second movement. Swell adds a blues-like touch that soon ventures into a very calculated abstraction and cacophony of the final album track “In Between Chairs.” An excellent closing number that brings the session full circle with a boisterous bit humour but also a solid sense that Platform 1 could be one of Vandermark’s more adventurous groups going forward. Solid stuff worth your listening pleasure.
http://jazzwrap.blogspot.pt/

Blow Up Magazine review by Enrico Bettinello

Hairybones Snakelust (CF 252)
Platform 1 Takes Off (CF 255)
The Fish Moon Fish (CF 254)
Instancabili gli alfieri dell’avant/jazz, di ogni latitudine. Prontissima come sempre la portoghese Clean Feed  a documentarli, come in questo trittico che farà certamente ingolosire gli appassionati.

Gli Hairybones di Peter Brötzmann innanzitutto, impegnati in una lunga suite dedicata allo scrittore giapponese Kenji Nakagami: il quartetto, completato dalla tomba e elettronica di Toshinori Kondo, dal basso di Massimo Pupillo [Zu] e dalla batteria di Paal Nilssen-Love [The Thing] è una vera e propria macchina da guerra, un muro di intenzione sonora [anche quando uno dei componenti viene lasciato a monologare, come nello splendido interludio di Brötzmann dopo circa un quarto d’ora dall’inizio]. I fan apprezzeranno, astenersi nervi fragili.

Ottimo anche l’ennesimo nuovo progetto di Ken Vandermark, ormai stabilmente proiettato sugli incroci tra musicisti americani e europei: il quintetto Platform 1 si pregia di uno dei migliori e più sottovalutati tromboni in circolazione, Steve Swell, della tromba di Magnos Broo [Atomic] e della intensa coppia ritmica formata da Michael Vatcher e Joe Williamson, entrambi musicisti che dagli States si sono trasferiti in Europa. I temi sono firmati da ciascuno dei componenti e questo garantisce una bella varietà di approcci e di situazioni, da quelle più astratte e impalpabili [Stations di Vandermark] a quelle più ruspanti come Compromising Emanations di Swell. Grande dinamismo e splendida musica, sebbene nel solco di sintesi post-free tipico di Vandermark.

Viene invece dalla Francia il trio The Fish, che già si era fatto apprezzare qualche anno fa con un bel live per la Ayler Records. Il contralto di Jean-Luc Guionnet, il basso di Benjamin Duboc e Edward Perraud si rifanno apertamente alla ormai lunga tradizione dell’improvvisazione libera e torrenziale, sebbene giocata con grande abilità. Nulla di nuovo, ma un trio che se vi capita dal vivo, non è da mancare.

Le Son du Grisli review by Guillaume Belhomme

Platform 1 – Takes Off (CF 255)
Au nombre des projets de Ken Vandermark, il faudra désormais compter avec Platform 1, qui l’associe à deux recrues de Resonance (Magnus Broo, Steve Swell) ainsi qu’à Joe Williamson (contrebasse) et Michael Vatcher (batterie). Les 5 musiciens se partagent les compositions.   Ce qui d’abord implique la mise en place d’un brass band affolé (Tempest, épreuve dolphyenne signée Swell, combinée à 2A>2B de Broo) au sein duquel le saxophone ténor jouera des coudes avant de plier sous la force d’un vent latin. Imposant Station, Vandermark répond à l’affront qui lui a été fait par une pièce de réflexion, qui joue d’unissons et de gimmicks mêlés. La trompette de Broo y trouve à dire autant que sur Compromising Emanations (Swell) à l’occasion des récréations que la composition réserve aux instruments à vent.   Le sombre climat de Deep Beige (Williamson) prouvera encore qu’une émotion profonde peut être exprimée pleinement quand un hommage à Roswell Rudd (In Between Charis, Vandermark) rétablira la balance en offrant à Williamson et Vatcher le soin de conduire un bel exercice de bop outragé. Et Takes Off aura tout dit ; pleinement.
http://grisli.canalblog.com/