Tag Archives: Martin Kuchen

Enola.be review by Guy Peters

3 x Martin Küchen – Angles 9, Küchen & Landæus Trio, solo

De negenkoppige versie van Angles die in 2012 nog in Hasselt stond (een concert dat deels door Clean Feed werd uitgebracht als In Our Midst) trok in 2013 ook nog de studio in om daar zijn vijfde album in te blikken. Het was de eerste keer dat het niet op een podium gebeurde. Niet dat het iets afdoet aan de impact van de muziek, want Injuries is vermoedelijk de meest complete en uitbundige Angles totnogtoe.

CF 303Van de shock & awe-methode van de band is dan ook nog geen greintje verloren gegaan. Küchens paradepaardje is een ‘niets in de handen, niets in de mouwen’-machine, een denderende muziektrein, een negenkoppig balorkest dat recht op het hart mikt met grandioze thema’s, pompende ritmes en genoeg drama om een avond toptheater op te luisteren. Angles beschikt over finesse, mysterie en intelligentie, maar is bovenal een gulle band, eentje die regelmatig op het rempedaal gaat staan, maar vooral ook voluit gas durft geven. Voor zoutpilaren is zo’n bonkend hart misschien wat veel van het goede, de rest gaat voor de bijl.

Meer dan tevoren is de spirit van Afrika in de muziek geslopen. De Oost-Europese en Arabisch getinte referenties, die waren er al, maar de Afrikaanse drive waar we in Hasselt al even van mochten proeven (maar wat niet echt meegenomen was op het korte In Our Midst), legt een nog grotere nadruk op ritmische stuwing. Dat is meteen al dominant in opener “European Boogie”, dat na een vibrafoonintro en een daaruit opduikende drumaanzet uitpakt met een van de meest swingende thema’s uit de uit z’n voegen barstende Anglescatalogus. Kleurrijk samenspel, vitale power en vooral die organische schwung.

De muzikanten die Küchen omringen zijn stuk voor stuk kleppers die perfect omkunnen met technische hoogstandjes, maar de strakheid van Angles is er geen van de machinale metronoomperfectie, maar van de schuring. Dit is jazz met bakken soul, vloeiende timing en een wisselwerking waarbij muzikanten inpikken en verder bouwen op elkaars hints alsof er wordt gewerkt met doorgegeven atletenstokjes. Hier is geen plaats voor gladheid. En als dan eens de treurnis wordt opgezocht, zoals in “Eti”, dan is dat met de overtuiging van iemand die het klappen van de zweep kent. Composities bloeien open, vallen uit elkaar en pikken zichzelf op om nog sterker dan tevoren terug te keren.

Er zit ook een onwaarschijnlijke dynamiek in deze plaat. Voor elke minuut filmische grandeur krijg je ook een stuk bonkende, dansende wereldjazz. Zo’n “Ubabba” werkt al net zo aanstekend als de muziek die The Ex opnam met Getatchew Mekuria, terwijl de denderende grandeur het titelnummer past als soundtrack bij de Spaanse burgeroorlog, vooraleer weer om te slaan in tumultueuze freejazz en een fantastische, ontroerende tweede helft die geen mens onbewogen kan laten. Rauw, rafelig, fragiel, gekwetst, somber, dromerig en heroïsch in één. Al goed dat het afsluitende “Compartmentalization” even een lichter geluid laat horen, anders zou je er nog een gebroken hart aan overhouden.

Naar goede gewoonte bevat ook deze Angles wat bekend werd dat hernomen wordt. Hier is dat een prachtversie van “In Our Midst” (al mis je de aanmoedigende kreten van Küchen uit de live versie) en het tweeledige “A Desert On Fire, A Forest / I’ve Been Lied To”, dat al te horen viel bij respectievelijk Trespass Trio en All Included. Een bezwerende trip én een albumhoogtepunt van meer dan twintig minuten dat in z’n tweede helft minstens zo diep kerft als “Injuries”.

We maakten ons onlangs nog de bedenking dat de woede en de verontwaardiging eigenlijk al te veel naar het achterplan verschoven zijn binnen de jazz. Angles 9 zet dat alweer voor een stukje recht. De methode is bekend, het effect blijft even sterk. Dit is geëngageerde muziek van de gebalde vuist en het bloedend hart, intens persoonlijk en vertrouwend op collectieve macht. Het resultaat is voor de vijfde keer een prachtplaat en legt de lat hoog voor wie dit jaar nog een statement te maken heeft. Overrompelende plaat van Martin Küchen (alt- en tenorsax), Alexander Zethson (piano), Mattias Ståhl (vibrafoon), Johan Berthling (contrabas), Andreas Werliin (drums), Magnus Broo (trompet), Mats Äleklint (trombone), Goran Kajfes (kornet) en Eirik Hegdal (bariton- en sopraninosax). Het album verscheen op CD en 2LP.

Maar er is nog meer voor de liefhebbers van Küchens werk. Het Moserobie-label van Jonas Kullhammar bracht zopas ook een Four Lamentations And One Wicked Dream Of Innocence uit van Martin Küchen & Landæus Trio. Dat trio bestaat uit pianist Mathias Landæus, bassist Johnny Åhman en drummer Jonas Holgersson. Als Angles 9 de band van maximalisme is, een expressieve davertrein, dan kiest dit kwartet resoluut voor meer introverte oorden. Dat wil niet zeggen dat het vuur verdwijnt. Integendeel, net als bij het Trespass Trio zit de passie hier net onder het oppervlak — altijd aanwezig, maar eerder smeulend dan brandend. Vier van de vijf stukken zijn haast volledig uitgebeend en minimalistisch, drijvend op sobere, repetitieve elementen, of het nu gaat om een lome aanhoudende baslijn (“Post Injuries”) of een trance die ondanks meer reliëf toch intact blijft.

Landæus duikt soms in de pianobuik om de snaren te bewerken en ze die metalige resonantie te geven, maar zijn spel is doorgaans zeer beheerst, alsof hij in slow motion zit te repeteren, blijft weglaten tot hij overblijft met de essentie. Ook de ritmesectie houdt het doorgaans bij de basis, waardoor dit een compactheid krijgt die haast meer gemeen heeft met de doomjazz van Bohren & Der Club of Gore dan andere Zweedse krachtpatsers. Dat maakt het ook dubbel zo mooi als de muziek dan toch even gaat wringen, horten, stoten (Küchens bekende “Don’t Ruin Me”). Zelfs als die baritonsax ruist en vergezeld wordt van een bas en drums die tergend traag hun ding doen (“En Jämtländsk Xe”) verdwijnt de intensiteit niet. Fluisterjazz, maar zo zwart als de nacht.

In “Du Rör Dig Så Sakta…” duikt een baslijn op die je met wat goede wil funky zou kunnen noemen, maar het is een compositie die ook een zuiderse invloed verraadt, die lijkt te twijfelen tussen het Europese Zuiden en het Midden-Oosten, waarbij de piano al net zo mooi uitblinkt als de sax. Afsluiter “One Minute Of Innocence” krikt het tempo en de energie op, gaat van start met Küchens kapot klinkende altsax die een boppastiche lijkt te willen aanzetten, maar gaandeweg meer ontregelt. Een plaat met enkel dat soort spul zou er zeker ingaan, maar nu heeft het ook een knap verrassingseffect na de voorgangers. Een plaat die misschien wel de grootsheid en woeligheid mist van het beste van Angles 9 en Trespass Trio, maar al net zo duidelijk en verslavend de Küchen-stempel draagt. Het album verscheen enkel op (blauw) vinyl, in beperkte oplage.

Ten slotte verscheen recent ook nog soloplaat …And Everything Inside Came Down As Dust bij het Confront label, dat een decennium geleden al solowerk van Küchen uitbracht (en zijn cd’s nog steeds verkoopt in mooie metalen doosjes). Dit laat een heel andere gedaante van de saxofonist horen, met muziek die in het verlengde ligt van The Lie And The Orphanage (2010) en Hellstorm (2012). De goede verstaander weet dan dat er van die uitbundigheid waar dit artikel mee begon niets meer over blijft. Hier draait het immer om geluid in z’n meest geïsoleerde vorm. Voluit geblazen melodieën komen er niet aan te pas; dit draait om pure textuur, luchtverplaatsing, lippenspanning en drukwisseling.

De opnames gebeurden in de Weense Expedithalle, in vooroorlogse tijden een van de grootste broodfabrieken. Verwacht echter geen bakken galm of weidse sound, want Küchen keert hier naar binnen met zijn saxen en ‘preparaties’, waarvan de aard doorgaans compleet onduidelijk is. In “2 Million Sq Ft Of Masonry” hoor je een combinatie van plofklanken en vervormde muziek. Een cassetterecorder in de klankbeker? Een pocketradiootje dat niet goed afgesteld is (we zagen hem daar al mee in de weer)? Geen idee, maar het zorgt voor een effect dat zowel prikkelt als verwart. In “5 Million Square Ft Of Painted Surfaces” draait het dan weer om een grotesk uitvergrote ademhaling die door het mondstuk (of misschien wel rechtstreeks in de sax) geblazen wordt.

Elders komt er geslurp en gekraak aan te pas, krijg je een drone te horen die naar elektroakoestische regionen lonkt, komen er flarden vervormde Arabische muziek voorbij en lijkt het even alsof je luistert hoe iemand geschoren wordt in een kapsalon. Een vreemd auditief spektakel waar spoken door lijken te waren. Met “Ritual Defamation In Vienna” komt dat politieke element weer naar boven dat centraler stond op Hellstorm. Die laatste plaat had ook iets meer impact, werkte geslaagder in op het gemoed, maar ook dit album laat een kant van de artiest horen die op z’n minst een opmerkelijke contrast vormt met de extraverte emo-aanslag van Angles 9.

http://www.enola.be/muziek/albums/23838:3-x-martin-kuechen-angles-9-kuechen-a-landaeus-trio-solo

Aftenposten review by Arild Andersen

CF 303Angles – Injuries (CF 303 LP and CD)
*****
Det er på høy tid at et større publikum får ørene opp for Martin Küchen.

Den svenske saksofonisten har en egen kreativ nerve i det han gjør. Jeg kan ikke huske å ha sett han en eneste gang på scenen uten at han har fylt rommet med bærende innhold. Han kan være engasjerende smal som lydkonstruktør og eksperimentalist, men som leder for bandet Angles, har han gjort noen av sine beste fremstøt.

Det som for syv år siden var Angles 6, har vokst til Angles 9, og ministorbandet har nærmet seg en form som kan minne om Charlie Haden Liberation Music Orchestra. Musikken kombinerer et vemodsvakkert, ledig drag med en opprørsk tone.

Küchen har skrevet materialet, og bandmedlemmene har arrangert. Besetningen teller mange av samtidens fremste svenske jazzmusikere, samt den norske saksofonisten Eirik Hegdal. Vibrafonist Mattias Ståhl har en sentral plass. Han tilfører en swingende oppdrift i et ellers groovy landskap. Magnus Broos trompet spruter og risler, ettersom musikken skifter karakter.
Den vakre og ubekymrede melodien i In our midst hviler på et alvorlig fundament. Slik veksler og kontrasteres elementene i et gnistrende hele. Med Injuries har Angles 9 etablert seg som et av de mest interessante faste ensemblene i Europa.
http://www.aftenposten.no/kultur/anmeldelser/To-svenske-saksofonister-det-er-verdt-a-lane-oret-til-7589933.html#.U47973JdUud

All About Jazz review by John Ephland

CF 303Angles 9 – Injuries (CF 303)
What’s to love about this CD is the musicality that’s thrown into the maelstrom of styles and attitudes. You’ve got a hint of early, experimental jazz from the mid-60s with the opening number, “European Boogie” (think Bobby Hutcherson with Eric Dolphy or Archie Shepp, the vibes being paramount); that’s until they all start into a kind of Tower of Power incantation. From there, it’s a lot of well-mannered, outlandish rummaging, the nonet of Angles 9, led by saxophonist Martin Kuchen, and their “injuries” playing out across seven varied originals.

This music is a rarefied listen to those with a flair for the sound of instruments played well but also played with an eye and ear for semi-organized sound generally painted outside the lines. Injuries is both inside and outside. Angles 9 surprises in part because of the marvelous array of instrumentalists on board, vibraphonist Mattias Stahl a key voice but also Eirik Hegdal joining Kuchen on the rolling, rollicking almost-marching-band entreaty “Eti.” Other cast members who surface as vivid musical personalities include trombonist Mats Aleklint, cornetist Goran Kajfes and trumpeter Magnus Broo. Not a straggler among the bunch.

“A Desert on Fire, A Forest /I’ve Been Lied To” highlights the rhythm section, it’s trolling, ruminative cadences come to us almost like a death watch, lovely and mysterious, pianist Alexander Zethson, bassist Johan Berthling and drummer Andreas Werliin plodding along (with vibraphonist Stahl in tow) as the song gradually unfurls with the whole ensemble. It’s as if everyone is expressing what it feels like to be lied to.

Broken up into four sections, all arrangements are by the band; a band of merry-makers full of ideas, full of group empathy. Moods change from boisterous to somber, the unpredictability factor combined with top-notch musicianship the calling card.
http://www.allaboutjazz.com/injuries-angles-9-clean-feed-records-review-by-john-ephland.php#.U45DTXJdUuc

Draai om je oren review by Guy Peters

CF 251Trespass Trio – Bruder Beda (CF 251)
In navolging van debuutplaat ‘…Was There To Illuminate The Night Sky…’, nog altijd een van mijn favoriete jazzalbums van de voorbije jaren, werd ook de tweede plaat van dit Trespass Trio een knetterende brok intensiteit, al ligt die wat minder aan de oppervlakte.

De Zweedse rietblazer Martin Küchen is dan ook een artiest die met beide benen op de grond staat, die nog altijd een band tussen kunst en engagement in stand houdt, en in de meest uiteenlopende contexten een eigen stempel weet te drukken. Of het nu gaat om solowerk als The Lie And The Orphanage, de bruisende ensembleplaten van Angles, de schraap- en ritselimprovisatie van Chip Shop Music of dit Trespass Trio: weinig artiesten leggen zo’n passie aan de dag en slagen er in om te spelen met zo’n emotionaliteit als Küchen, wiens hyperexpressieve stijl en sound in staat zijn om zowel uitbundige levenskracht als pijnlijk verdriet uit te schreeuwen. Altijd gedacht dat moderne jazz iets was voor koude intellectuelen die muziek maken aan de hand van statistieken en wiskundige formules? Trespass Trio laat horen dat het ook anders kan.

Samen met bassist Per Zanussi en drummer/percussionist Raymond Strid heeft Küchen opnieuw een album gemaakt dat aanvoelt als een grote raamvertelling die een complete luisterbeurt afdwingt. En deze keer zit er ook een verhaal achter: dat van WOI-veteraan Ernst Gerson, die een geestelijke roeping volgde als Bruder Beda en daarna opnieuw de seculiere levensdraad oppikte, maar door zijn Joodse roots in de problemen kwam en uiteindelijk naar de kampen verbannen werd. De Joodse geschiedenis en Palestijnse kwestie zijn al langer stokpaarden van de bewogen saxofonist, dus het mag niet verwonderen dat hij ook een dergelijk verhaal vorm geeft binnen een freejazzcontext.

Zowel op de alt- als de baritonsax dwingt Küchen meteen ontzag af, met een rauwe sound van een soms verscheurende intensiteit. De haast kwakende altsax maakt vanaf de eerste seconde van ‘Ein Krieg In Einem Kind’ duidelijk dat er een bijzonder verhaal verteld gaat worden. Een schreeuwerige oplawaai zoals ‘Zanussi Times’ of ‘Strid Comes’ is er deze keer niet bij, maar Küchen heeft die in-your-face agressie niet nodig om je als luisteraar bij de lurven te grijpen. Ook hier zorgt die jankende, zeurende en fulminerende gedrevenheid weer voor een meeslepend parcours, terwijl ook de ritmesectie volop ruimte krijgt voor zowel conventionele ondersteuning en soloruimte als introverte klankexperimenten.

Dit soort jazz, die resoluut vanuit de onderbuik vertrekt, kan soms wat vergen van de luisteraar, zeker als die een houvast nodig heeft, maar voor elk weerbarstig stuk als de opener, krijg je ook een tegenhanger als ‘Don’t Ruin Me’, dat negen minuten lang op gang gehouden wordt door een statige, licht exotische baslijn, terwijl Strid de vellen bespeelt met de handen en Küchen op de bariton kiest voor een eenvoudiger invulling. Er wordt ruimte gemaakt voor een contemplatieve bassolo, wat de terugkeer van Küchen achteraf dubbel zo intens maakt. De hevigheid gaat echter nog omhoog in ‘Bruder Beda Ist Nicht Mehr’, dat vanuit dramatisch gestreken bas werkt aan een steeds sterker wentelend cyclisch patroon, met nadrukkelijke passie, volumetoename en steeds woeliger ondergrond met een sax die met steeds meer uitschieters het zootje in stukken trekt.

Sleutelstuk is ‘Today’s Better Than Tomorrow’, een compositie van Küchen die gedragen wordt door een melodie die woeste tristesse uitstraalt, maar ook aanleiding kan zijn tot andere omkadering. Zorgde het stuk bij Angles voor een emotionele oplawaai van formaat, dan gebeurt het hier subtieler, met een tussenstuk dat door Zanussi en Strid op fluisterniveau uitgewerkt wordt, en een finale die zachtaardiger paden verkent. Beluister dit echter in ideale omstandigheden – geconcentreerd en mét koptelefoon – en het is onmogelijk om niet opgeslorpt te worden door die muzikale poëzie, die een contrasterend vervolg krijgt in het gespierde ‘A Different Koko’, een korte brok freejazz die danst met een robuuste aanstekelijkheid.

‘Bruder Beda’ is een beklijvend album, dat ondanks verfijning en nuances opvalt door zijn groot kloppend hard en een onaflatende begeestering. “What can we achieve with strings, reeds, skins and sticks? Except for being ignorant music makers, what are we?” Dat vroeg Küchen zich af in de liner notes van de vorige plaat. Een mogelijke reactie, het vertellen van een prachtig verhaal als daad van verzet, ventileren van agitatie en zoeken naar berusting, is hier terug te vinden.

http://draaiomjeoren.blogspot.nl/2014/02/cd-trespass-trio-bruder-beda-clean-feed_16.html

Tomajazz reviews by Pachi Tapiz

Clean Feed: en trío y en cuarteto
Tríos y cuartetos forman la oferta del sello portugués Clean Feed en su segunda entrega del año 2013. Propuestas mayoritariamente libre improvisadas en las que se muestran las múltiples caras, los múltiples enfoques que ofrece la creación instantánea.

CF 276El baterista Harris Eisenstadt publica The Destructive Element (CF 276) con su formación September Trio. El saxofonista Ellery Eskelin y la pianista Angelica Sanchez son sus acompañantes nuevamente. Eisenstadt, que durante los últimos años está mostrando ser un gran compositor, es el autor de los nueve temas. Estos resultan muy variados en su suavidad (“Swimming, then Rained Out”), su carácter melancólico (el precioso “Cascadia”), su oscuridad (“Ordinary Weirdness”), su crispación (“Here Are the Samurai”) o su aproximación a la clásica contemporánea (“From Schoenberg”). Ellery Eskelin, y sobre todo Angelica Sanchez son unos magníficos compañeros de viaje.

CF 272El trío formado por la francesa Sophie Agnel (piano), y los británicos John Edwards (contrabajo) y Steve Noble (batería) realiza una interesantísima inmersión en la libre improvisación en Meteo (CF 272). El disco, grabado en el festival del mismo nombre en Mulhouse (Francia), en agosto de 2012, incluye una única pieza de 38 minutos. Una decisión de edición, ya que igualmente podría haber sido troceada en múltiples temas. En las distintas partes los tres músicos muestran una capacidad de diálogo y de invención sencillamente asombrosas. Su música pasa por fases ambientales, abstractas, libres, intensas y suaves. También por el silencio, del que el trío renace mostrando nuevas caras de su capacidad para interactuar. Semejante discurso está al alcance de muy pocos.

CF 277City Of Asylum (CF 277) aparece editado a nombre del contrabajista Eric Revis (Branford Marsalis, Tabarby), aunque igualmente podría haberlo sido a nombre del trío Revis – (Kris) Davis – (Andrew) Cyrille. Salvo un tema de Revis (“Question), uno de Jarrett (“Prayer”) y el monkiano “Gallop’s Gallop”, los seis restantes son unas improvisaciones del trío que por momentos parecen composiciones salidas del papel pautado. Andrew Cyrille es toda una institución en la batería, algo de lo que deja muestras más que evidentes. Kris Davis, una de las mejores pianistas de la actualidad, brilla de principio a fin. Eric Revis es el titular de la grabación, pero únicamente de un modo nominal ya que el peso de la grabación se reparte equilibradamente entre los tres músicos, creando una obra con una coherencia musical sobresaliente.

CF 271Mirage (CF 271) es una grabación de improvisaciones en trío de Ellery Eskelin (saxo), Michael Formanek (contrabajo) y Susan Alcorn (pedal Steel gitar, instrumento habitual en la música country). En los temas más breves el disco transcurre mayoritariamente tranquilo y a medio tiempo, buscando y encontrando melodías. Esa contención (no tanto en la música sino en la duración) se rompe con el extenso “Downburst” (27 minutos), en el que el grupo no es capaz de mostrar mucho más de lo que logra en cada uno de los temas del resto del disco con duraciones de entre tres y cinco minutos.

CF 267Birthmark (CF 267) de la saxofonista danesa Lotte Anker y la fantástica pareja de músicos portugueses formada por Rodrigo Pinheiro (piano) y Hernani Faustino (contrabajo) es un toma y daca de gran intensidad, una sucesión musical llena de tensiones improvisadas, silencios y melodías crispadas muy bien resueltas. Por medio de estos músicos, y otros como el saxofonista Rodrigo Amado, el baterista Gabriel Ferrandini o la trompetista Susana Santos Silva la escena de la improvisación portuguesa demuestra una vitalidad envidiable.

CF 275Precisamente Susana Santos Silva es un tercio de LAMA, que completan Gonçalo Almeida (contrabajo) y Greg Smith (batería). Para Lamaçal (CF 275), su segunda grabación, registrada en directo en el portugués Portalegre Jazz Festival, contaron con la colaboración del saxofonista Chris Speed. Gonçalo Almeida es el autor de cuatro composiciones, mientras que Santos Silva, Almeida y Speed aportan una cada uno. “Anemona”, “Cachalote” o “Moby Dick” (nada que ver con la exhibición de John Bonham de los Led Zeppelin) son algunos de los momentos más logrados. En todos sus temas es tan importante la improvisación como la estructura sobre la que esta se desarrolla, la utilización ortodoxa de los instrumentos como la capacidad de explorar sus posibilidades sonoras.

clean feed made to break layout TEXTO DIFERENTE - ROJOCon Made To Break el saxofonista Ken Vandermark retoma y aúna las sendas abiertas con Spaceways Inc. (que posteriormente desarrolló con Powerhouse Sound) y FME (Free Music Ensemble). Su objetivo en este proyecto es improvisar a partir de unas composiciones modulares en las que los músicos tienen la posibilidad de elegir diferentes elementos. En su desarrollo se incluyen pasajes con un groove muy potente y contagioso con base funk, improvisaciones free en las que no se pierde de vista la melodía, y momentos más contemplativos. En este proyecto le acompañan el baterista Tim Daisy (compañero de Vandermark en mil aventuras musicales), el bajista Devin Hoff y el samplerista Christof Kurzmann.De los tres temas que componen Provoke (CF 273), grabado en directo en Lisboa, el que mejor muestra y engarza esa multitud de influencias es el dedicado a John Cage titulado “Further”. En los otros dos temas también se alternan pasajes contrastados, aunque muestran una menor variedad.

CF 269Desde el inicio de su trayectoria Clean Feed ha estado ligado al festival de Coimbra Jazz Ao Centro, al que ha dedicado la serie JACC dentro de su catálogo. Joe McPhee se une al Trespass Trio en Human Encore (CF 269), grabación registrada a lo largo de tres días en la ciudad portuguesa. En este CD se alternan las composiciones del saxofonista Martin Küchen con las improvisaciones del cuarteto. Esto motiva una variedad más que disfrutable que van del homenaje en formato free al be-bop (“A different Koko”), los aromas folklóricos de “In Our Midst” o “Bruder Beda ist nicht mehr”, el free-bop a tiempo medio (“A deserto n fire, a forest”) o el free propulsivo (“Coimbra, Mon Amour”).

Harris Eisenstadt September Trio: Destructive Element ****
Sophie Agnel, John Edwards, Steve Noble: Meteo *****
Eric Revis: City Of Asylum ****
Mirage: Mirage ***
Lotte Anker, Rodrigo Pinheiro, Hernani Faustino: Birthmark ****
LAMA + Chris Speed: Lamaçal ****
Made To Break: Provoke ****
Trespass Trio + Joe McPhee: Human Encore ****

Best of 2013 Jazz.PT

Melhores de 2013 – Jazz.PT
Aqui estão as escolhas da equipa jazz.pt relativas a mais um ano de música, em disco e ao vivo. São estas as nossas votações finais, bem como as listas individuais dos colaboradores que participaram nesta selecção do melhor que foi acontecendo em 12 meses repletos de bom jazz e boa improvisação. Boas festas e continuem a passar por estas páginas.

Melhores discos internacionais
CF 283WAYNE SHORTER QUARTET: “WITHOUT A NET” (BLUE NOTE)
Charles Lloyd / Jason Moran: “Hagar´s Song” (ECM)
São Paulo Undergound: “Beija Flors Velho e Sujo” (Cuneiform)
Matana Roberts: “Coin Coin: Chapter Two: Missisippi Moonchile” (Constellation)
Pascal Niggenkemper Vision7: “Lucky Prime” (Clean Feed)
Wadada Leo Smith & TUMO: “Occupy the World” (TUM)
CF 278Joe McPhee: “Sonic Elements” (Clean Feed)
Tim Berne’s Snakeoil: “Shadow Man” (ECM)
Nate Wooley: “Seven Storey Mountain III and IV” (Text)
Trespass Trio & Joe McPhee: “Human Encore” (Clean Feed)
Lotte Anker / Rodrigo Pinheiro / Hernâni Faustino: “Birthmark” (Clean Feed)

Melhores discos nacionais
CF 281RED TRIO: “REBENTO” (NOBUSINESS)
Rodrigo Amado Motion Trio & Jeb Bishop: “The Flame Alphabet” (Not Two)
Susana Santos Silva / Torbjörn Zetterberg: “Almost Tomorrow” (Clean Feed)
Luís Lopes Humanization 4tet: “Live in Madison” (Ayler Records)
CF 275Lama & Chris Speed: “Lamaçal” (Clean Feed)
Timespine: “Timespine” (Shhpuma)
Big Bold Back Bone: “Clouds Clues” (Wide Ear)
Joana Sá: “Elogio da Desordem” (Shhpuma)
João Hasselberg: “Whatever It Is You’re Seeking, Won’t Come in the Form You’re Expecting” (Sintoma Records)
Nelson Cascais Decateto: “A Evolução da Forma” (Sintoma Records)
João Firmino: “A Casa da Árvore” (Sintoma Records)
Ernesto Rodrigues / Ricardo Guerreiro / Christian Wolfarth: “All About Mimi” (Creative Sources)
João Paulo Esteves da Silva & Orquestra Jazz de Matosinhos: “Bela Senão Sem” (TOAP/OJM)
SHH 007Eduardo Raon: “On the Drive for Impulsive Actions” (Shhpuma)
Eitr: “Trees Have Cancer Too” (Mazagran)
Joana Sá / Luís José Martins: “Almost a Song” (Shhpuma)
Le Syndicat & Sektor 304: “Geometry of Chromium Skin” (Rotorelief)
Luís Vicente / Jari Marjamaki: “Alternate Translations” (MiMi Records)

Melhores reedições
KEITH JARRETT: “CONCERTS: BREGENZ/MUNCHEN” (ECM)

Melhores concertos
EVAN PARKER (JAZZ AO CENTRO – ENCONTROS INTERNACIONAIS DE JAZZ DE COIMBRA)
Peter Evans Octet (Jazz em Agosto)
The Thing XXL (Jazz em Agosto)
John Zorn Electric Masada (Jazz em Agosto)
Anthony Braxton Falling River Music Quartet (Jazz em Agosto)
Rodrigo Amado Motion Trio & Peter Evans (Teatro Maria Matos)
Zanussi 5 (Jazz ao Centro – Encontros Internacionais de Jazz de Coimbra)
Hugo Antunes / Carlos “Zíngaro” / Miguel Mira (Espaço APAV & Cultura)
Elephant9 feat. Reine Fiske (Jazz em Agosto)

Melhores músicos ou grupos internacionais
Jason Moran, Okkyung Lee, John Zorn, Fire! Orchestra/Mats Gustafsson, Barry Guy New Orchestra, Burkhard Stangl, Wadada Leo Smith.

Melhores músicos ou grupos nacionais
Rodrigo Amado Motion Trio, Sei Miguel, Gabriel Ferrandini, Susana Santos Silva, Hugo Antunes, Clocks and Clouds, Rodrigo Pinheiro.

Acontecimento do ano
A polémica entrevista concedida por Rui Neves, programador do Jazz em Agosto, à Rua de Baixo, conduzida por Pedro Tavares, também colaborador da jazz.pt.

http://jazz.pt/artigos/2013/12/15/melhores-de-2013/

Le Son du Grisli review by Guillaume Belhomme

CF 269Trespass Trio + Joe McPhee – Human Encore (CF 269)
A Coimbra (trois soirs de concerts) en compagnie de Joe McPhee, le Trespass Trio de Martin Küchen (qui signe cinq des huit titres de ce disque), pas contrariant, pas regardant, pas rancunier, en redemandait : Human Encore…

L’œil était dans l’obus, et regardait McPhee (qui, lui, soufflait en trompette piccolo). L’ouverture est en conséquence prudente : A Desert On Fire, A Forest tenant du morceau d’atmosphère porté par une contrebasse mesurée (Per Zanussi) que Küchen tiendra malgré tout à agiter. La suite convolera en motifs souterrains (Bruder Beda Ist Nicht Mehr, Xe) avec un art de l’à-propos rentré : le jazz du quartette d’exception jouant de délicatesses et d’inventions malignes.

Jazz encore : ce sont-là les improvisations, que découpent les rapides baguettes de Raymond Strid. Trompette et saxophone s’y mêlent sur un air de free terrible ou l’allure d’un swing dont les pulsations varient d’un instrument à l’autre. En conclusion, alors, cet Human Encore attendu : l’archet grave de contrebasse, le baryton et la trompette enlacés, sur un de ces hymnes prégnants dont Joe McPhee a le secret. Imparable. Indispensable.
http://grisli.canalblog.com/archives/2014/01/01/28601984.html