Daily Archives: September 24, 2010

Kuadratuur review by Koen Van Meel

Peter Evans Quartet – Live in Lisbon (CF 173)
Voor diegenen die alles tot in de details willen uitvlooien, legt Peter Evans de muziek uit in de inlay: op welke standards de nummers gebaseerd zijn, hoe ze vervormd of in elkaar gedraaid worden, hoe een ostinaat ter plekke uitgebeend kan worden of hoe de puzzel van de muziek in elkaar past. Belangrijker – zeker voor wie de technische gegevens aan zich voorbij laat gaan – is het muzikale resultaat van al deze flexibiliteit en beheersing.

Zelden klonk complexiteit zo spontaan en energiek. De luisteraar wordt onderworpen aan een spervuur van ideeën door vier muzikanten die buitengewoon gretig klinken en elkaar constant bestoken. Deze muzikale weelde is het gevolg van het treffen van muzikanten die vrij en op akkoordenschema’s kunnen spelen, vaardigheden die in combinatie met technisch meesterschap voor quasi onbeperkte mogelijkheden zorgen.

De dominantie van Peter Evans is sprekend. De natuurlijke kracht in zijn toon, zijn melodische flair zonder in cliché’s te vervallen en zijn wil om in verschillende uiteenlopende bezettingen te opereren, maken hem tot een waardige erfgenaam van Dave Douglas. Daarbij komen zijn beheersing en trefzekerheid in alle registers van het instrument en zijn oor voor detail (zoals de subtiele toonverbuigingen in ‘What’ – los gebaseerd op ‘What Is This Thing Called Love’), waardoor hij de onbetwiste leider van de groep wordt. Niet dat hij geen weerwerk krijgt. Pianist Riccardo Gallo stuurt de muziek immers vaak in het gevaarlijke vaarwater: nu eens met McCoy Tyner-achtige flarden melodieën tussen grootse akkoorden, dan weer met hamerende clusters die naar Cecil Taylor lijken te verwijzen.

Onder Evans en Gallo dendert en dondert het ritmeduo van bassist Tim Blancarte en drummer Kevin Shea. De laatste is zijn ongedurige zelve: hij weigert zich zoals steeds vast te zetten in grooves en rammelt zijn collega’s van hot naar her. Het geluid Blancarte is dan weer opvallend omwille van de “volledigheid”. Het mooiste bewijs hiervan levert hij in ‘Interlude 3’ waar hij in zijn eentje het hele klankspectrum weet op te vullen, tot in het overvloedige toe. Magistraal zijn de tempoveranderingen waaraan Blancarte en Shea de muziek en hun collega’s onderwerpen: wie hier niet mee is, is gezien.

Het meest indrukwekkende aspect van het album is echter de manier waarop het kwartet als een geheel te werk gaat. Het krimpt en zet uit, schijnbaar zonder afspraak of teken. Het gezamenlijk uitdunnen en stilvallen in ‘All’ (een verbastering van ‘All the Things You Are’) of de delicate, zachte en dampachtige sound van ‘Interlude 1’ verraden een stevige samenhang. In ‘Latticework’ verschijnt die op een heel andere manier: de hoekige coördinatie en de schijnbaar onmogelijke (maar toch hoorbare) samenspraak maken de muziek heel organisch, maar ook hopeloos om volgen voor de buitenstaander.

‘Live in Lisbon’ is een plaat waar bebop en freejazz, tonaliteit en atonaliteit, polyfonie en alleenheerschappij over en door elkaar heen razen in een rotvaart die de luisteraar genadeloos in de touwen smijt. Een plaat waarop alleen de interludes al interessanter zijn dan de volwaardige stukken van vele andere groepen.
http://www.kwadratuur.be/cdbesprekingen/detail/peter_evans_quartet_-_live_in_lisbon/

All About Jazz Italy review by Vincenzo Roggero

Julian Argüelles Trio – Ground Rush (CF 191)
Con due pezzi da novanta come Michael Formanek e Tom Rainey alle spalle – o meglio fianco a fianco – è difficile sbagliare un disco. A meno che prenda il sopravvento la carenza di idee. Ma Julian, il più giovane dei fratelli Arguelles, sembra proprio non soffrire di problemi di questo tipo. Costituitosi nel 2004 e rodato da diversi tour in Europa e negli States, il trio esordì con Partita, disco assai apprezzato per la maturità di compositore e di solista messa in mostra dal musicista anglosassone, residente in Scozia.
Dopo quasi sei anni ecco Ground Rush, lavoro nel quale si privilegia, come nel precedente, la composizione di media durata, il racconto breve e compiuto, una sorta di sintesi a volte anche eccessiva del ricco materiale sonoro. Ma differenza di Partita, dove il debito nei confronti dei grandi trii del passato e del presente (Rollins, Ornette, Evan Parker, Lacy…) seppur risolto con grande personalità, era piuttosto evidente, in questo Ground Rush Arguelles mostra tutta la sua caratura di sassofonista moderno, rispettoso della tradizione ma sensibile alle sollecitazioni della contemporaneità.

L’iniziale “Mr. Mc” è un brano danzante che gioca ad elastico con la metrica e dove il tenore del leader si muove ondivago alla ricerca di possibili equilibri. “Fife” ha un andamento circolare nel quale il tema del brano ricorre ciclicamente, con leggere variazioni che lo trasformano in una sorta di ninna nanna lisergica alla quale è difficile resistere. “In Filthy Rich” prende il sopravvento l’anima più libera di Arguelles impegnato in una improvvisazione senza rete che esalta l’interplay del trio. “Boulerias” è l’omaggio ad una terra affascinante, la Spagna, e ad una delle sue forme musicali più nobili. Mentre la conclusiva “Redman” ci catapulta nel mezzo degli anni settanta e nelle atmosfere care al quartetto americano di Keith Jarrett.

Così Julian Arguelles, con l’abilità tutta sua di rivestire di un aura melodica materiali sonori i più disparati e ostici, marchia a fuoco un disco robusto, consistente e godibile dall’inizio alla fine.
http://italia.allaboutjazz.com/php/article.php?id=5688

Chicago Reader Critic’s Choice by Peter Margasak

Critic’s Choice Recommended The List (Music)
Rudresh Mahanthappa Quartet 
This year alto saxophonist Rudresh Mahanthappa has released two small-band records with fellow alto players, but despite their unusual instrumental format neither is merely a blowing session. On Dual Identity (Clean Feed), the recorded debut of his collaboration with saxist Steve Lehman, both men contribute brainy, mathematical compositions that allow Mahanthappa to showcase his mastery of metrically advanced postbop a la Steve Coleman. Over intricate grooves shaped by bassist Matt Brewer, guitarist Liberty Ellman, and drummer Damion Reid, the saxophonists manipulate time as though they’re solving equations in their heads, navigating shifting tempos on “Foster Brothers” and unfurling simultaneous skeins of stuttering, thrillingly bumpy sixteenth notes on “Rudreshm.” Better still, they complement the technical sophistication of their improvisations with raw emotion. Mahanthappa is joined by veteran saxist Bunky Green, one of his key influences, on the brand-new Apex (Pi)—a collaboration they debuted last summer in Millennium Park with a different backing band. It’s less frenzied and more supple than Dual Identity ; some tracks borrow from Indian classical music, using briskly winding melodic shapes or 22-beat cyclical patterns, while others update fiercely swinging hard bop with a busy, aggressive rhythm section. Though Green has had an enduring influence on several generations of reedists, the album is no mere deferential salute but rather a rigorous, contemporary statement. The arrangements, filled out by pianist Jason Moran, bassist Francois Moutin, and on several tracks the great drummer Jack DeJohnette (Reid plays on the rest), not only highlight Green’s driving energy and curiosity but also illustrate Mahanthappa’s remarkable ability to locate common threads shared by disparate traditions and build entirely new musical systems from them. For this engagement he leads a variation on his long-running quartet: Moutin, drummer Dan Weiss, and pianist Craig Taborn filling in for Vijay Iyer. Taborn is an agile player, and because he and Mahanthappa aren’t steady collaborators, he’s perhaps more likely to provoke something surprising from the saxist. —Peter Margasak