Daily Archives: December 9, 2010

Goddeau Magazine review by Guy Peters

Hugo Antunes – Roll Call (CF 197)
Het Portugese Clean Feed mag intussen dan wel bekend staan om het uitbrengen van werk van Amerikaanse en Scandinavische veteranen en talenten, eigen volk wordt ook niet vergeten. Zo krijgt de nog jonge, in Brussel verblijvende bassist Hugo Antunes ook de mogelijkheid om z’n kans te wagen. Met succes, want Roll Call weet perfect z’n beperkingen in troeven om te buigen.

Opener “Dukkha” biedt meteen een prima staalkaart, met een pulserende bas, waarover twee saxen lange uithalen neerleggen, terwijl de drummers soms nog bezig lijken met hun soundcheck, de onderdelen van hun drumkit aanhalend, ritmes uittestend. Een heel nummer van dit zou je nog een gebrek aan richting kunnen verwijten, maar een wending komt er na twee en een halve minuut, als Antunes de teugels plots in handen neemt, de kompanen bij de les roept en een fijn stukje swingende free op poten zet, waarbij vooral het laidback karakter van de muziek benadrukt wordt. Geen grote statements of opschepperij, maar losjes, soulvol en met sprekend gemak uitgevoerd.

Bovenal is het jazz met een open karakter, die z’n tijd neemt en beweegt op een zuiders tempo. Iets gerichter gaat het er aan toe in het titelnummer, dat van start gaat met Thys’ aanzetten op basklarinet, plaagstoten die snel al overgenomen worden door de andere vier. Het is een wat merkwaardig stuk, nu eens hoekig, verschuivend van het ene solostuk naar het andere, en dan weer vol vlugge interactie met staccato uithalen en bijna hysterisch gerammel. Het werkt hier echter opnieuw prima als een schoteltje gemengd, waarbij de luisteraar het hele gamma kan voorproeven.

Het best van al werkt Roll Call in de meer ingetogen songs. Zo gaat “Høyspenning” van start met een gerekte bassolo en krijg je daarna iets dat je best zou kunnen omschrijven als bezwerende lyriek: een vrijage van twee saxen (met Thys deze keer op sopraan) op een achtergrond van hypnotiserende drums, die opnieuw kiezen voor inkleuren zonder de spanning te verbreken. Nog sfeervoller is “Einfach”, dat z’n naam grotendeels waarmaakt: van de eenvoud wordt hier een deugd gemaakt, met een op cimbalen uitgewerkte intro en vervolgens een lyrisch spel van zwijmelende saxen die elkaar mooi aanvullen, contouren suggererend en valstrikken ontwijkend.

De ’alternate take’ van het bluesier “Anfra” niet meegerekend, blijft Roll Call ruim onder veertig minuten. Dat is een verademing in de jazzwereld, waar more nog al te vaak much more is. Je kan het bezwaarlijk een opvallend of vernieuwend album noemen en het is niet het soort plaat dat je bij de lurven grijpt om drie kwartier later pas te lossen. Gelukkig is het evenmin een voorbeeld van zelfoverschatting, pretentie of onsamenhangend gemasturbeer. Het is een mooi brokje free jazz, dat met een been stevig in de traditie staat en met het ander doet wat het wil zonder daarbij de controle uit het oog te verliezen. Het resultaat is dan ook een geslaagde, warme entree met een groeimarge die belooft voor de toekomst.

Antunes & co. spelen een resem concerten in België (o.a. in Gent, Brussel en Mechelen) in het voorjaar. Meer info op de MySpace-pagina.
http://www.goddeau.com/content/view/8485

Advertisements

Point of Departure review by Troy Collins

Adam Lane’s Full Throttle Orchestra  – Ashcan Rantings (CF 203)
Adam Lane’s Full Throttle Orchestra has undergone considerable personnel changes since their 2007 debut, New Magical Kingdom (Clean Feed). For Ashcan Rantings, Lane’s original electro-acoustic septet has been replaced by a horn-heavy nonet (saxophonists David Bindman, Avram Fefer and Matt Bauder, trumpet players Nate Wooley and Taylor Ho Bynum, trombonists Reut Regev and Tim Vaughn, and drummer Igal Foni), with the leader’s occasionally amplified contrabass now the sole electronic instrument in the mix. Inspired by his studies with composer Earle Brown (renown for his improvised conduction method), Lane encourages his band members to create spontaneous orchestrations from predetermined melodic and rhythmic cells during thematic development sections, lending a vivacious unpredictability to his traditionally notated charts.

Expounding on his lavish themes and throbbing bass lines with ebullient verve, the band follows Lane’s mantra, espoused in the liner notes: “Regardless of its sonic character, it is music that is meant to be joyful to the ear and uplifting to the soul.” Channeling avant-blues fervor into spirited statements, Lane’s crew uses a variety of mutes and extended techniques in service of raw, soulful expressionism, updating past innovations with a modernistic flair. Lane deftly deploys the musicians, staging numerous cadenzas, duos and trios for soloists to convey their statements in more intimate settings, such as Wooley and Bynum’s coruscating trumpet exchange on “Desperate Incantations” and the expansive title track’s blustery trombone dialogue between Regev and Vaughn.

Clocking in at just over an hour and a half on two discs, the date contains a wealth of sonic diversions, from the austere lament introducing the otherwise jovial opener “Imaginary Portrait” to the jubilant collective coda of the euphonious closer “Bright Star Calyspo.” Although the hypnotic Middle-Eastern modality of “Marshall” contrasts with the regal Ellingtonian voicings that dominate the session, the brooding futuristic title track ranges even further afield, pitting Lane’s squalling, feedback-laced bass against Bauder’s bellowing baritone. Embracing numerous stylistic precedents, the schizophrenic “House of Elegant” juxtaposes avant-garde abstraction and streetwise funk, while the luxurious ballad “Lucia” exudes a different ambience entirely.

Carrying on the big band tradition with genuine conviction and steadfast leadership, Lane establishes himself as part of a continuum that includes such revered bandleaders as Charles Mingus, Muhal Richard Abrams and David Murray. An endlessly revealing set, Ashcan Rantings is easily one of the best records of the year.
http://www.pointofdeparture.org/PoD32/PoD32MoreMoments4.html

Touching Extremes review by Massimo Ricci

MARTY EHRLICH RITES QUARTET – Things Have Got To Change (CF 150)
Alto saxophonist Ehrlich and two of his Rites companions – drummer Pheeroan AkLaff and cellist Erik Friedlander – have been playing together, on and off, for decades. The fourth member, trumpeter James Zollar, is a more recent collaborator of the leader, but the way in which their voices mix is equally inspiring, each instrument straggling along distinctive melodic designs and yet so cohesively intertwined with the other (“Song For Tomorrow” being a particularly illuminating example). Recorded in a single October day in 2008, this record confirms the axiom according to which once the soul and the technical preparation are there, the music is going to flow with ease, and will probably be heartwarming. However, there’s nothing really “trouble-free” to be found in Things Have Got To Change, whose structure is shaped by three Julius Hemphill composition added to Ehrlich’s five. The group’s instrumental handwriting can be read as a now elegant, now animated attempt to defy constrictions without forgetting the general framework, the contrapuntal nature ranging from sheer dissonant integrity on a swinging foundation (“Dung”, “Slices Of Light”) to rarefied openings followed by duets between separated constituents – see the drum/sax conversation occurring halfway through the gorgeous “Some Kind Of Player”. The right energy is properly channeled, the interplay perennially lucid – no hints to gratuitously irksome complicatedness or decrepit formulas. Unselfish articulacy, dictated by the joy of finding something important and telling it straight to the audience’s face, no stylish evasiveness or secret codes. One feels like committing a sin by merely defining this stuff as “jazz”.
http://touchingextremes.wordpress.com/