Written in Music feature on Tim Berne by Henning Bolte

Tim Berne – Geheimen van de operatieve kern van het Spel
Berne (1954), die in de jaren 80 ook een tijdje in de Amsterdamse scene verbleef, heeft tot op heden zijn geheel eigen spoor door het klanklandschap getrokken. Geheel uiteenvallende structuren gaan bij hem als bij geen ander over in uiterste tonale verfijning, woeste uitbarstingen in gloeiende orkestrale kleuren. Hij is iemand van de grotere vorm met dergelijke uitersten als noodzakelijk onderdeel, waar eenheid en open flow uit ontstaan. Berne heeft letterlijk en figuurlijk een lange adem bij zijn muzikale omzwervingen. In zijn begintijd heeft hij niet alleen zeer eigen keuzes gemaakt. Hij is ook een uitgesproken doorzetter en volhouder. Zijn stukken zijn meestal langer en ze zijn het resultaat van het langduriger “eruit spelen” van de vorm.

Eigenheid en samenvoeging als kern en motor Als instrumentalist was hij een laatbloeier. Hij durfde van begin af aan uitdagende muzikale partners en waaghalzen aan – zoals de jonge Joey Baron, Bill Frisell of John Zorn én hij durfde te falen. Zo kon hij (met vallen en opstaan) iets geheel eigens vinden en ontwikkelen, das gewisse Etwas dat weer stimulerend op anderen inwerkte. Berne: “Ik begon te beseffen dat je het potentieel van mensen met een hoop personality moet ontginnen, dat je hun tot gelijke partners in wat er gebeurt moet maken waarbij ik verrast wordt door wat ik zelf aan het doen ben.“ En over falen als belangrijk impuls: “Hoe meer je als leider doet, hoe minder kostbaar het wordt en hoe meer je gaat beseffen dat mislukking een inherente eigenschap van je bestaan als improviser is. Het is bijna noodzakelijk. En ik zou willen zeggen: het is een positieve zaak. Je gaat daardoor over naar iets anders. Je hebt deze ongemakkelijke momenten nodig.”1

Daarbij heeft hij invloeden – uit de populaire muziek en vooral van zijn leermeester Julius Hemphill – geabsorbeerd en op zijn eigen wijze omgevormd. Berne over zijn Hemphill-ervaring: “Zijn album Dogon A.D. verbond al die dingen waar ik naar geluisterd had. Ik was daardoor in staat mijn R&B-kant met de kant die naar Braxton en Roscoe Mitchell luisterde samen te laten klinken. Op de een of ander manier kreeg hij het voor elkaar alles in een pakket samen te brengen zonder dat iets als idiomatisch eruit stak. Én hij had een werkelijk soulful sound waar ik iets mee kon doordat ik naar types als King Curtis en Junior Walker geluisterd had.”

Herkenbare stijlkenmerken liggen er bij Berne nooit bovenop. Compressie en uitrekking – met Don van Vliet achtige trekken – leverde zijn aanpak op. Één van zijn vroege muzikale partners, slagwerker Paul Motian, duidde Bernes muziek toen – veelzeggend – als King-Kong-muziek aan. Berne: “Ik gebruik visuele gegevens als inspiratie. Een snel gedeelte, een langzaam gedeelte, een hoog verdicht gedeelte, een karig gedeelte: het is een soort hippe filmmuziek voor mij. Paul Motian merkte dan steeds weer op: ‘Nou Tim, jij schrijft alsmaar van die King Kong muziek!’ En ergens had hij gelijk. Vooral omdat iedereen in die band een soort acteur was. Ik wilde de persoonlijkheden niet onderwerpen, zich laten voegen. Ik wilde ze laten bloeien. Zodoende bedacht ik eenvoudige vehikels voor deze persoonlijkheden.”

In het spel: vorm als dynamisch gegeven Berne hoort ergens bij het rijtje uitvoerende componisten-improvisatoren met een eigen benadering en een eigen systeem zoals Henry Threadgill, Steve Coleman of John Zorn. Zelf benadrukt hij echter keer op keer geen systeem te hanteren. Hij hecht aan toewijding van een selecte groep musici waarmee hij over lange perioden werkt, zoals slagwerker Tom Rainey, pianist Craig Taborn, de gitaristen Marc Ducret of David Torn.

Berne lijkt vooral op het spel zelf in de ruimste zin gericht te zijn, op de biotoop van de interne operatieve kwaliteiten als ever changing bron van creativiteit voor alle spelers, op de wisselwerking en spanning tussen ontwerp en realisatie. Daarin fungeert hij als een regisseur met een eigen sensibiliteit voor melodie en klank. Vorm en systeem worden in Bernes muziek voelbaar, maar blijven doorgaans net ongrijpbaar. Omtrekken en gestalt verspringen en onvoorziene en frappante wendingen laten het geheel langs onvoorspelbare wegen doorstromen. Het is muziek die opgesloten schijnt en tegelijk wijd opent, begrenst en ontgrenst. Hierbij ontstaat een soort hyperrealiteit die intens materieel voelt en tegelijk een soort reële droomkwaliteit heeft, iets wat men ook in de vertelkunst van Franz Kafka tegenkomt.

Hier aandacht voor drie recent verschenen opussen van Berne: het grandioos orkestrale inSomnia, het ruige trio The Veil en het zielzoekende Snakeoil.

Stekelige grandeur: inSomnia *****
inSomnia bevat twee lange stukken, The Proposal en oPEN, cOMA, van elk rond de dertig minuten, uitgevoerd door een octet met 4 snaarinstrumenten: gitarist Marc Ducret, violist Dominique Pifarély, cellist Erik Friedlander en bassist Michael Formanek. Een belangrijke rol naast Berne (hier ook op bariton met een gave solo in het tweede stuk), klarinettist Chris Speed en slagwerker Jim Black vervult trompettist Baikida Carroll, die het intensiefst met Hemphill samenwerkte. Het is eigenlijk meer dan wonderlijk hoe zowel de lijnen als de verschillende stemmen c.q. secties in elkaar grijpen. Wonderlijk omdat het op het ene moment bijna stuntelig of kinderlijk klinkt en op het volgende moment uitmondt in magistrale gloed. En: het is muziek op soulful soil met doorgaans een Eisleriaanse of Wolperiaanse edge2. Het bijzondere van deze opname uit 1997: hoe hier zelfbewust, onbekommerd en voluit stekelig gespeeld wordt! Het ruwe, rafelige, scheve, schelle, de groove en de momenten van confluence grijpen zo adembenemend in elkaar als je dat tegenwoordig nog maar zelden te horen krijgt. Wat hier in hoogste concentratie en energie zonder perfectiedrang samenkomt, is van buitengewone kwaliteit. Alleen al de drumsolo van Jim Black waarmee het tweede stuk eindigt! Het is met inSomnia als met een bijzondere wijn die naar een decennium geur en smaak ontvouwend uit het donkere lager in het vreemde daglicht tevoorschijn komt. Dit is ook een verdienste van Pedro Costa, David Torn en Steve Byram.
http://www.writteninmusic.com/jazz/tim-berne-geheimen-van-de-operatieve-kern-van-het-spel/lang/nl/

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s