Daily Archives: October 15, 2012

Image

Jazztimes review by Shaun Brady

Concert review by Guy Peters

Angles 9, 13 oktober 2012, KC BELGIE 

Na drie bejubelde live albums werd het hoog tijd dat Angles eens te horen was in België. De verwachtingen die door het recente By Way Of Deception gecreëerd werden, waren bijzonder hooggespannen, maar werden moeiteloos ingelost door een bende die speelde met plezier, gretigheid en een verpletterende energie. Als achteraf zelfs de hardnekkigste zoutpilaar in je omgeving toegeeft even van z’n melk te zijn, dan weet je genoeg. Dit was niet minder dan een triomf.   Ongelooflijk om te beseffen dat Angles nog maar zo weinig speelkansen gekregen heeft. Het is nochtans een band die zowel tegemoet kan komen aan de honger naar avontuur van de hardcore liefhebbers, als de nieuwsgierigheid van de meer toevallige luisteraar. De band werkt met opzwepende ritmes, meeslepende melodieën, majestueuze harmonieën en heeft vooral, en dat onderscheidt hen van veel vergelijkbare bands die in diezelfde vijver vissen, bakken soul en emotie in de aanbieding. De muziek van Angles, waarin invloeden uit de meest uiteenlopen uithoeken samengebracht worden tot een soms overrompelende combinatie, overtuigt zelfs de meest geharde scepticus. Dit concert was dan ook maar een stap in een groter verhaal dat nog gaat komen.   Vanaf opener “Dactyloscopy” werd het vuur aan de lont gestoken, met gespierde salvo’s die door een front van vijf blazers afgevuurd werden. Leider/altsaxofonist Martin Küchen fungeerde daarbij als de sergeant die z’n manschappen door een met mijnen bedekt terrein gidste, voortdurend heen en weer wiegend, aanmoedigend, sturend en roepend. Met trompettisten Goran Kajfes en Magnus Broo, trombonist Mats Äleklint en bariton- en sopraninosaxofonist Eirik Hegdal beschikte hij dan ook over volk dat moeiteloos mee kon en wilde in zijn verhaal. Ultrastrak waren de blaaspartijen zelden, maar dat is ook niet de bedoeling, omdat het een voortdurend geschuif van insteken is, waarbij die lichte oneffenheid de muziek net die rauwe stuwing en levendigheid bezorgen.   In die opener zorgde de kracht voor een bijna chaotische impressie. Die zou later meer naar de achtergrond verdwijnen, omdat de richting van de Anglescomposities doorgaans duidelijk uitgestippeld wordt. Dat het de vrijheid van de band toch niet belemmerde, is een collectieve verdienste. “By Way Of Deception” was slechts een van een resem stukken die teren op een niet kapot te krijgen groove, waarbij de swingende en soms ophitsende arrangementen steeds blijven evolueren en je plots tegen een muur van machtige harmonieën laten aanbeuken. In de voluptueus pompende stukken, als de negen er allemaal tegelijk tegenaan gingen, was het een beetje zoeken naar pianist Alexander Zethson, maar die kreeg ook een paar schitterkansen.   Zo zat in het machtige “Today Is Better Than Tomorrow”, dat na verschillende versies van Angles en Küchens Trespass Trio opnieuw grondig verbouwd werd, een passage waarin Zethsons spel haast fragiel dwarrelde over een hyperintens schetterende solo van Broo. Was die bij een vorige passage van Atomic in Hasselt nog de minst opvallende figuur, dan drukte hij deze keer z’n stempel op het concert, met een paar emotionele krachttoeren die de al meeslepende muziek van Angles nog intenser maakte. In de tweede set maakte hij je in “In Our Midst” wijs dat je ergens op een of andere Spaanse vlakte zat, zo sterk werd je meegezogen door de kleurrijke melange van de band.   Opmerkelijkst van al was echter de opener van die tweede set. Een nieuw nummer, eigenlijk niet meer dan een schets, een veredelde jam, werd door rollende piano en drums op gang gebracht om vervolgens uit te groeien tot een feest van bedwelmende ritmes, meer Fela Kuti dan Charlie Haden. Een wereld van verschil met de stugge abstracties van veel freejazzbands. Angles dat label opkleven doet de band dan ook tekort: de negen maakten een trip door Zuid-Europa, de Balkanregio, Afrika en hier en daar zelfs het Midden-Oosten, met dramatisch gewicht, passie en een machtige groove, die door bassist Johan Berthling en drummer Andreas Werliin (invaller voor Kjell Nordeson) steeds bleef rollen en rollen. Stukken zouden zo eindeloos kunnen verder malen.   Net als op het recente album werd afgesloten met “Let’s Tear The Threads Of Trust”, dat nog eens het hele gamma smenvatte, van fijnzinnig samenspel (met een prachtig scharniermoment van Zethson en vibrafonist Matthias Ståhl) tot majestueuze grandeur. Het was alsof zich een breedbeeldfilm voor je netvlies ontplooide. Het is muziek die, zonder ooit goedkoop of plat te worden, recht op het hart afgaat en je moet dan ook een zielloze kwast zijn om dit niet te voelen. De reactie van het publiek was dan ook navenant, en de band repliceerde een laatste keer met een opzwepende versie van “Every Woman Is A Tree”, dat uitgroeide tot misschien wel het hoogtepunt van de avond. De machine daverde nog harder dan tevoren en de samenzang aan het einde was de kers op de taart. De brede grijns en omhooggestoken vuisten van Küchen spraken boekdelen.   Het overwegende gevoel was dan ook dat deze band gewoonweg te veel in huis heeft om een snoepje van een handvol hardcore liefhebbers te blijven. Zet dit op Gent Jazz en het dak gat eraf. Zet dit op Jazz Middelheim en de tent staat op z’n kop. Zet dit op eender welk jazzfestival, en organisatie en publiek worden eraan herinnerd wat muziek ook kan zijn: een spannend feest van uitbundigheid en kleur, een emotionele achtbaanrit, een stomp in de maag. Zo compleet komen ze zelden aan de meet. Angles is de te kloppen band van het moment.
http://www.enola.be/muziek/live/20401:angles-13-oktober-2012-kc-belgie

Gapplegate Music review by Grego Edwards

Igor Lumpert Trio – Innertextures Live (CF 257)
Igor Lumpert’s well-conceived tenor improvisations, Christhopher Tordini’s virtuoso bass anchorage and Nasheet Wait’s fire-y and accomplished drum statements are on full display for their live at the 52nd Ljubljana Jazz Festival set in 2011, recorded and released as Innertextures Live (Clean Feed 257).   It’s first-rate post-bop, seven Lumpert blowing vehicles that give the set a very contemporary slant. The three are most definitely inspired to do their best, a swinging, forward lurching six-legged improvisational creature of delight.   Tordini and Waits meld into classic tight-loose propulsiveness and stay there throughout. Igor lets loose with inspired improvisations that show influences as diverse as Rollins and Rivers, yet grounded in pure Lumpert.   It’s a hell of a nice go. Happy surprise! Good listening.
http://gapplegatemusicreview.blogspot.pt/

Concert review by Koen Van Meel (photo by Petra Cvelbar)

Concerten van Motives For Jazz in het KC Belgie zijn er zelden naast, maar daarom er nog niet altijd zo pal op als met Angles 9. Wie de passage van deze grotendeels Zweedse band onderging kon geen antwoord verzinnen op de vraag waarom dit pas de eerste passage van de groep in België was. Of waarom geen andere zalen op het Europese vasteland geïnteresseerd waren om deze stoomwals in huis te halen.

Toen waren ze al met negen: het optreden van Angles in het KC Belgie was een (voorlopig?) eindpunt van een evolutie die het liedje van de ‘10 Kleine Negers’ in omgekeerde richting aflegt. Wat enkele jaren geleden begon als een sextet, werd met het toevoegen van een pianist en een extra saxofonist op de recentste cd ‘By Way of Deception’ een octet. In Hasselt stonden ze er dan tenslotte als nonet. Trompettist Magnus Broo, na jaren trouwe dienst de grote afwezige op ‘By Way of Deception’, was verloren zoon af en stond schouder aan schouder met zijn vervanger Goran Kajfes (hier op cornet). Het resultaat: nog meer blaaskracht en dat hebben de concertgangers in Hasselt geweten.   Trouwens niet alleen de bezoekers, ook pianist Alexander Zethson mocht aan den lijve ondervinden wat het betekent om achter een line-up van vijf blazers plaats te moeten nemen. Hoewel Broo, Kajfes, trombonist Mats Aleklint en de saxofonisten Martin Küchen (grote bezieler van de band) en Eirik Hegdal geen enkele vorm van versterking genoten, was er voor de arme Zethson in de tutti-passages geen doorkomen aan, zeker niet in de eerste set. Alleen in combinatie met enkel drummer Andreas Werliin, vibrafonist Mattias Ståhl of bassist Johan Berthling was zijn muzikale inbreng, die op cd een echte meerwaarde vormt, hoorbaar.

Mats Äleklint & Martin Küchen (Foto: Petra Cvelbar)  Dat Zethson ondergesneeuwd geraakte was zondermeer een spijtige zaak, maar het oplossen was geen sinecure. Het versterken van de hele band was geen optie, al had de Hasseltse dak- en ramenindustrie er wel goed bij gevaren. Gelukkig deed de grotendeels akoestische setting, zelfs met het balansprobleem, geen afbraak aan de essentie.   Alsof chef Küchen het publiek meteen stevig op de proef wilde stellen, zette hij de set in met ‘Dactyloscopy’, veruit het meest abstracte nummer op ‘By Way of Deception’. Voor een duidelijke melodie was geen plaats, voor simultaan en gelaagd hakkende ritmes in de blazers des te meer. Alleen de in kleinere bezetting uitgevoerde, vrij geïmproviseerde tussenspelen zorgden voor verlichting. Met de moeilijke kop er af, kon Küchen zijn troepen ongegeneerd op radicaal meeslepend terrein sturen. In de titeltrack van de laatste plaat barstte de band uit in het uitzinnige, collectief gespeelde thema en de daarna losgelaten solisten werden geschraagd door een haast ritueel denderende ritmesectie. Als een hymne gonsde de melodie door de ruimte, alsof de band verlossing of minstens loutering wilde verkrijgen voor elke aanwezige individueel. De bochten richting een zwoeler geluid en oosterse krullen in de melodielijn stelden de sfeer bij, maar deden niets af van de toegankelijkheid van de muziek.   ‘Today is Better Than Tomorrow’, afsluiter van de eerste set, was al even overdonderend en zielsverheffend, zeker toen op het einde de hele band over de kranig en energiek solerende Kajfes heen zeilde. Dat de band meer dan decibels en hoogst verslavende melodieën in huis had, was te horen in het georkestreerde echospel waarbij verschillende muzikanten elkaar individueel op de hielen zaten met een zelfde melodie: het middeleeuwse canonprincipe toegepast in freejazz met een auditief 3D-effect tot gevolg.   Voor het tweede deel van de set grepen Küchen en zijn Angles naar nieuw repertoire: eerst als een volwaardige soul bigband, maar wel nog met een verzengende collectieve improvisatie en een nu wel goed hoorbare Zethson die dan maar meteen een knap opgebouwde en ellenlange spanningsboog trok. Voor ‘In Our Midst’ wipte Angles even binnen bij de Afrikaanse muziek en flamencoharmonieën, maar opnieuw zonder de eigenheid te verliezen.   De spreekwoordelijke klap op de vuurpijl kwam er met ‘Lets Tear The Threads of Trust’ dat ook op cd de deur mag dichtdoen. Al leek dichtsmijten in Hasselt een betere omschrijving. Na de klankgerichte basintro en een heerlijk kleurrijke passage van Kajfes, creatief met demper, was het enkel nog even gas terugnemen voor de klankwolken van Zethson (die hij ook op de cd bovenhaalt). Voor het overige was het kop vooruit en gaan, met een ontketende Werliin die zonder te bruuskeren het nummer en de hele band naar een nieuw extatisch niveau tilde.   Het quasi religieuze van de hartstocht waarmee de muzikanten speelden en de tot samenzang nopende melodieën culmineerde in het bisnummer waarin zowaar een instrumentale voor- en nazang te horen was, alsof de muzikanten de aanwezige jazzgemeenschap alsnog uitnodigden om mee te zingen. Of te dansen, want met de muziek van Angles kon alles: van bidden tot polonaise lopen op catchy thema’s, geëngageerde solisten en eenvoudige, maar ter zake doende arrangementen. Alleen onverschillig blijven bleek geen optie. Toch niet voor het razend enthousiaste publiek, dat van Motives For Jazz en het KC Belgie toch wel een en ander gewend is.
http://www.kwadratuur.be/reportages/detail/angles_9_-_kc_belgie_hasselt/#.UHuv3-3QWeV

Squid’s Ear review by Marc Medwin

Bradford / Dresser / Ferris – Live in LA (CF 241)
This disc gets more beautiful on each listen! The long-standing friendship of trumpeter/cornetist Bradford, bassist Dresser and trombonist Ferris bears striking musical fruit on this 2009 recording, which is not really a concert date at all; rather, it’s a living-room recording that nevertheless boasts all the immediacy and nuance of a club date.

The recording is superb, which is essential in order to catch every push, pull and jab in which these three veterans engage. Every detail is up close without ever clouding the dynamic spectrum. Just listen to Ferris’ first note on the ground-swelling and slow-burning blues of “Purge,” where he slides into a slow slinky vibrato that decays with gorgeous control. Bradford answers in kind, and Dresser, ever the attentive listener, chimes in with a percussive thud which explains why this trio needs no drummer. If further proof was required, his solo on the opening of “Ready to Go” should seal the deal. He punches, slides and vamps as only Bobby Bradford can, backing Ferris’ breathy exhortations with extraordinary detail, each phrase a world of invention unto itself, but from deep in the pocket. The counterpoint emergent upon Bradford’s entrance is stunning, and each player’s mature style is tempered by a sense of fun, most likely due to their enjoyment of the occasion.

Yet, it is the group interplay that ultimately makes this disc so enjoyable, as can be heard in the uplifting and frolicsome “In my Dream,” or on the slow groove of “Panda’s Run,” where Bradford and Ferris sometimes sound like one instrument, so intertwined are the lines and phrases as the two cross registers.

A thin, almost translucent layer of reverb coats the proceedings in a layer of glass, preserving and enhancing the excitement and care in every note. Far from being intrusive, it only adds to the sense of occasion as these three veterans reunite, finally documenting their multifarious experiences and shared musical journey. This is now one of my favorite releases in Clean Feed’s dauntingly extensive catalog.
http://www.squidsear.com/cgi-bin/news/newsView.cgi?newsID=1459

Squid’e Ear review by Matt Schulz

RED Trio + Nate Wooley – STEM (CF 249)
Nate Wooley is the preeminent trumpeter of our generation, perhaps because his playing seems adaptable to any situation. From tightly composed works to the most far out free improvisation, he always has something interesting to say. STEM, his new recording with RED trio (pianist Rodrigo Pinheiro, bassist Hernan Faustino, and drummer Gabriel Ferrandini) was recorded less than a year after their initial meeting and on record they sound inspired and engaging, their chemistry defying their lack of history together.

“Flapping Flight ” opens with spirited trumpet runs that reference the combined vocabulary of the greats while sounding unlike any of them. RED Trio push and pull the music around Wooley’s blowing until it eventually slows into a lulling passage, punctuated with tinkling piano and drum harmonics. The tune continues further into dirge territory with scuttling percussion, while Wooley’s muted tones mesh with bowed bass. He then signals the end with what seems to be a quote of Herbie Hancock’s “Riot” as the group once again congeals into a frenetic unit and slowly breaks down the song structure, ending the piece as it began in fragmented dialogue.

“Phase” begins heavy on the percussive chatter. Bass and drums interact with piano chords suspended in mid air, and underneath, Wooley is barely letting the air though the mouth piece, sounding like the first sputtering of a steam radiator in winter. The pace is picked up, but Wooley stays in the embouchure conscious zone of expression, occasionally letting out a low foghorn or high screech. Wooley’s mouthpiece seems to be every bit as important to him as the bell and valves. This is a man that has spent some time exploring his horn.

“Ellipse” hardly moves at all, instead choosing to ooze out sound events in moody succession. The fourth track, “Weight Slice” is more action-packed with a drums/trumpet duo exchange that brings some truly rambunctious improvising to fruition. Wooley breaths bent multiphonics that seem to grow hair as they lengthen, sounding a bit like Donald Ayler. Finally, “Tides” could be a summation of the previous tracks: a trio+1 of experienced improvisers expertly doing their thing. It’s thoughtful and precise, a controlled anarchy, if you will. This LP is rich on texture, and although RED+Nate Wooley have a studied feel about them, it’s a fresh and exhilarating listen.
http://www.squidsear.com/cgi-bin/news/newsView.cgi?newsID=1462

Squid’s Ear review by Paul Serralheiro

Joe McPhee/Ingebright Haker Flaten – Brooklyn DNA (CF 244)
The articulate and prolific American multi-instrumentalist Joe McPhee is joined by Norwegian bass heavyweight Ingebright Haker Flaten in a tandem tribute to the Borough of Brooklyn in this recent release from Lisbon’s Clean Feed label. The duo, evenly matched for their common characteristics of brawny sound and ecstatic sense of musical phrase, here get to exchanges ideas about such thematic starting points as Sonny Rollins “The Bridge,” long-time Brooklyn resident Dewey Redman and the Brooklyn motto “Enoragt Maect Haght,” a Dutch phrase meaning “Unity Makes Strength.”

Strength is definitely a trait that jumps out from this session. It stems, right at the first listen, from McPhee’s sense of form, his consistent ability to develop motivic ideas with fertile melodic thinking in a free improv setting that results in coherent and formal, albeit spontaneously composed, pieces. The Calypso-like tune that emerges on “Crossing the Bridge” recalls Rollins’ inspired rhythmic flights, but is also reminiscent of McPhee’s long-time influence, Albert Ayer, for its concise yet powerful nature.

Fans of McPhee’s trumpet playing will be spoiled here, as the mostly saxophone-centric player lets loose on the pocket version of this instrument on “Putnam Central,” laying down his inimitable fluid style of brass, against a sympathetic bubbling bass counter line, and in “Enoragt Maect Haght” McPhee moans a lyrical dirge on the horn, replete with airy passages and an exchange of timbres and textural explorations with Haker Flaten of an imaginative and intriguing kind.

A stalwart of the free jazz scene since the 1970s, McPhee is blessed with a bottomless wellspring of ideas and gets them across with chops that only seem to get better with age. And here, there is the added bonus in Ingebright Haker Flaten of a more than suitable partner/foil who has the brawn and the brains to match the older master.
http://www.squidsear.com/cgi-bin/news/newsView.cgi?newsID=1469