Enola.be review by Guy Peters

Als je de gemiddelde kwaliteit van de Clean Feed-releases buiten beschouwing laat, valt nog altijd op hoe divers het aanbod van het label is. Het is niet enkel een thuishaven geworden voor een resem Amerikaanse muzikanten, maar biedt een dwarsdoorsnede van de avontuurlijke scène in Portugal en ver daarbuiten, tot in Scandinavië. Het is ook een label dat in verhouding veel meer releases uitbrengt van vrouwelijke artiesten dan veel vergelijkbare labels. Lag de focus vorige keer nog op Angelica Sanchez, Sara Serpa en Lotte Anker, dan zetten we die combinatie van een Amerikaanse, Portugese en niet-Portugese Europese muzikante nu verder met Kris Davis, Susana Santos Silva en Sophie Agnel.  

CF 268Kris Davis – Capricorn Climber (CF 268)
De verwantschappen tussen Sanchez en Davis zijn te opvallend om te negeren. Ze komen beide uit regio’s die je niet meteen met avant-garde jazz associeert (Arizona en… Canada), ze kregen beiden ongeveer een decennium geleden voet aan de grond in New York, ze hebben iets met saxofonist Tony Malaby (voor de ene is het een echtgenoot, voor de andere een van haar meest frequente speelpartners) en brengen hun recentste werk als (co-)leider uit via Clean Feed. Na twee albums met Paradoxical Frog, een trio met Ingrid Laubrock en Tyshawn Sorey, en de uitmuntende soloplaat Aeriol Piano (2011) is de kwintetplaat Capricorn Climber de zoveelste release van Davis bij de Portugezen.   De line-up leest als een who’s who van de New Yorkse scène, met Ingrid Laubrock (tenorsax), Mat Maneri (altviool), Trevor Dunn (bas) en Tom Rainey (drums). De muziek laat voortdurend horen hoe troebel de grens tussen compositie en improvisatie soms is, met stukken die niet alleen heel divers zijn – tussen het bedwelmend mooie “Bottom Of A Well” tot het Henneman-achtige pointillisme van opener “Too Tinkerbell” tot het jazzier “Pass The Magic Hat” –, maar vooral ook ruimte laten voor individuele schittermomenten. Zowat alle bandleden krijgen regelmatig een platform om hun subtiele kant te laten zien, net als hun vertrouwdheid met tricky timing, complexe melodieën en soms ongrijpbare structuren. Met z’n zestig minuten is Capricorn Climber wat minder behapbaar dan het compacte Aeriol Piano, maar het biedt voldoende gelegenheid om te proeven van Davis’ persoonlijke stijl.  

CF 272Sophie Agnel, John Edwards & Steve Noble – Meteo (CF 272)
De klassiek geschoolde Agnel is dan weer een nieuw gezicht op het label. Wordt ze doorgaans vooral opgemerkt in het bijzijn van continentaal-Europese figuren uit de vrije improvisatie (Axel Dörner, Jerôme Noetinger, Daunik Lazro, etc), dan laat deze knappe liveregistratie haar horen in het bijzijn van twee ronkende namen uit Engeland. Bassist John Edwards en drummer Steve Noble hebben een lange voorgeschiedenis en zijn zowel thuis in robuust heen-en-weer-gehamer en swingende grooves als in complex puzzelwerk. Hier starten ze aanvankelijk in hypnosemodus, met ruisende cimbalen en gestaagde ronkende bas die Agnels al even sterk tegen de drone leunende muziek ondersteunen. Haar handelsmerk – een voorliefde voor inside piano en attributen – komt ook meteen naar de voorgrond in een performance die aanvankelijk in het verlengde lijkt te gaan liggen van Eve Rissers mantra En Corps, maar al snel een geheel eigen smoel krijgt.   De drie maken een golvende improvisatiebeweging die weinig concrete aanknoopmogelijkheden biedt, maar je zou ook kunnen zeggen dat deze muziek toegankelijker is dan die van Kris Davis. Krijg je bij die laatste voortdurend te maken met composities die steeds een andere gedaante aannemen, steeds opnieuw verborgen hoeken en kantjes ontbloten, dan wordt je hier blootgesteld aan een beweging die zich afspeelt op een meer intuïtief niveau, die focust op de aard van het gebruikte materiaal en het klankonderzoek dat eruit voortvloeit. Met een ritmesectie zoals deze blijf je echter gespaard van rigide experimenten, want Edwards en Noble zijn meesters van de dynamiek, die moeiteloos meekunnen in het verhaal van kleine geluidjes, en dat soms ook doen met een kletterende potten- en pannenstijl, maar de boel ook levendig houden. Het enige dat er nog aan ontbreekt na die rit van bijna veertig minuten is het (weggeknipte) applaus.  

CF 275Lama + Chris Speed – Lamaçal (CF 275)
Het Lama Trio – trompettiste Susana Santos Silva, de in Nederland gevestigde bassist Gonçalo Almeida en drummer Greg Smith – maakte in 2011 al het knappe Oneiros, waarin moderne jazz, vrije improvisatie en elektronica een subtiel verbond aangingen. Net als die plaat start Lamaçal met elektronische effecten, al verdwijnt snel de vrees dat alles bedolven zal worden onder allerhande manipulaties, want het trio weet ook in naakte vorm indruk te maken. Met de Amerikaanse rietblazer Chris Speed (tenorsax/klarinet) erbij verbreedt het bereik zonder dat er een abrupte koerswijziging plaatsvindt. De muziek beweegt zich van meet af aan tussen statige, soms dromerige composities (“Overture For A Wandering Fish”) en materiaal dat een sterkere stuwing heeft en bonter gekleurd is (de titeltrack).   Het mooie is vooral hoe de vier de platgetreden paden weten te vermijden. Er wordt gespeeld met kleurrijke diereneffecten (“Moby Dick”), zonder dat het een auditieve dierentuin wordt, er wordt aangeleund tegen de pop (afsluiter “Manta” met z’n knappe baswerk) zonder dat het voorgekauwd spul wordt, en in stukken als “Cachalote” en “Pair Of Dice” wordt het allemaal wat bruisender, gaat het energieniveau omhoog, zonder dat het écht openbarst. En het is net die ingehouden spanning, dat suggereren zonder helemaal mee te gaan in die verwachtingen, dat van Lamaçal een album maakt dat steeds opnieuw weet te boeien en aan te spreken. Bovendien beschikt Santos Silva, die voortdurend in de weer is met klankverschuivingen en regelmatig overschakelt op de kloekere bugel, over een imposant bereik en klankkleur.
English translation:
The Lama Trio – trumpet player Susana Santos Silva, Rotterdam-based bass player Gonçalo Almeida and drummer Greg Smith – already came up with the excellent Oneiros (2011) in which modern jazz, free improvisation and subtle electronics forged a subtle union. Just like that record, Lamaçal starts off with electronic effects, but there’s no fear of being covered in loads of manipulations, as the trio convinces with naked purity as well. With American reed player Chris Speed on board, they broaden their reach without enforcing radical changes. The music sways from stately, sometimes dreamy compositions (“Overture For A Wandering Fish”) to material that introduces more force and color (title track).
It’s especially intriguing how these four succeed in avoiding the obvious. They play with colorful animal sound effects (“Moby Dick”), but don’t turn into an animal freakshow, they come close to pop territory (closer “Manta” with its delightful bass playing) while avoiding generic soft stuff, and in pieces like “Cachalote” and “Pair Of Dice”, is als gets more sprightly, as the energy levels go up without really exploding. It’s exactly this tension, those suggestions that rarely become explicit, that turn Lamaçal into an album that stays intriguing and fascinating. On top of that, Santos Silva, who’s constantly playing with subtle sound shifts and sometimes switches to the sturdier fluegelhorn, demonstrates an impressive reach and mastery over tonal variety.

CF 281Susana Santos Silva & Torbjörn Zetterberg – Almost Tomorrow (CF 281)
Het meer experimentele spelen met geluid dat de trompettiste al liet horen op Lamaçal krijgt een veel prominentere plaats op de duoplaat met de Zweedse bassist Torbjörn Zetterberg, die al een paar keer op het label te horen was aan de zijde van rietblazer Jonas Kullhammar. Deze release werd rond Nieuwjaar opgenomen in Zweden en draagt sporen van de besneeuwde winter. Niet enkel door het zwart/witte artwork en de foto’s van onder sneeuw bedolven landschappen, maar ook door het intimistische samenspel van de twee. Hoewel het duidelijk is dat de muzikanten hier en daar werken met gecomponeerd materiaal, zoals in de knappe titeltrack en “Nötskalsmusik”, waarvoor Santos Silva een bedwelmend mooi stuk laat horen op bugel, voelt het allemaal erg vrij en ongedwongen aan.   Een groot deel van het album zoekt het bij minder traditionele expressie. De trompettiste ademt, zuigt, ruist en slurpt op haar instrument, om later iets agressiever te werk te gaan, met abrupt gespetter. Zo is “Feet Machine Song” meteen wat radicaler dan de trance-achtige opener en belandt ze met “Head Distortion Machine” en “Falling And Falling And Falling” op het terrein van Nate Wooley, een universum waarin de manipulatie en het creëren van die kleine geluidjes uitvergroot worden en centraal komen te staan. Er komt veel gekraak, geruis en gegrom aan te pas, maar gedoseerd en van knap weerwerk voorzien door Zetterberg, die nergens de neiging heeft om het allemaal vol te stouwen. In “Columbus Arrival In Här Jedalen” heeft het zelfs iets van de even bezwerende als ongepolijste schoonheid die Okkyung Lee en Peter Evans ooit in elkaars bijzijn lieten horen. Lamaçal en Almost Tomorrow tonen alleszins meerdere gezichten en facetten van een van de boeiendste jonge trompettisten van het moment.
English translation:
The experimental sound effects that were already hinted at on Lamacal are given a much more prominent role on her duo album with Swedish bass player Torbjörn Zetterberg, who’s also a bit of a Clean Feed regular and appeared a few times besides reed player Jonas Kullhammar. This release was recorded around New Year’s Day in Sweden and betrays signs of a snowy winter. Not only because of the black/white artwork and the photos of landscapes covered with snow, but also because of the intimate interplay of these two artists. Even though they use composed material a few times, like in the terrific title track and “Nötskalsmusik”, on which Santos Silva plays the flueguelhorn in an intoxicating way, it all feels free and spontaneous.
A large part of the album switches to less traditional modes of expression. The trumpet player breathes, sucks, rustles and slurps on her instrument, turning to more aggressive techniques later on, with abrupt spattering. “Feet Machine Song” feels more radical than the trance-inducing opener and with “Head Distortion Machine” and “Falling And Falling And Falling”, she’s entering the kind of territory a player like Nate Wooley also delves into – a universe where manipulation and the creation of ‘little’ sounds become enlarged and central. There’s a lot of creaking, rustling and humming, but well dosed and contrasted nicely by Zetterberg, who luckily refrains from turning it into a bombastic exercise. In “Columbus Arrival In Här Jedalen”, they even reach a kind of magnificent and unpolished beauty that is somewhat reminiscent of what Okkyung Lee and Peter Evans once created. Lamaçal and Almost Tomorrow show multiple facets of one of the most interesting young trumpet players of today.
http://www.enola.be/muziek/albums/22294:de-vrouwen-van-clean-feed-2–kris-davis-sophie-agnel-a-susana-santos-silva

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s