Daily Archives: September 18, 2013

Kwadratuur review by Koen Van Meel

CF 269Trespass Trio + Joe McPhee – Human Encore (CF 269)
Vrolijker wordt een mens niet van de cd’s van het Trespass Trio van de Zweedse saxofonist Martin Küchen. Waar die met zijn stevig bezette Angles een hoopvol en bij momenten haast extatisch geluid laat horen, klinkt het bescheiden opgezette trio soberder, soms zelfs klaaglijk. Dat was vooral duidelijk hoorbaar op ‘Bruder Beda’, het tweede album van de groep. Dat de groep voor opvolger ‘Human Encore’ met gast Joe McPhee even een kwartet wordt, verandert daar weinig aan.   Natuurlijk voegt de Amerikaan een dimensie toe en haast even natuurlijk klinkt zijn tenorsax kernachtiger dan het holle geluid van Küchens altsax. Toch valt in de eerste plaats op hoe goed de band als geheel functioneert. De onderlinge verstandhouding ligt daarbij minder in de expliciete communicatie, dan wel in de subtiele evenwichten en de sonore versmelting van de timbres.   In de eerste plaats wordt dit verkregen door het klankgevoelige spel van de muzikanten individueel. Küchen laat naast zijn licht jammerende geluid soms ook horen hoe mooi hij de wind op zijn altsaxklank kan controleren. Ook McPhee slaagt er in deze heesheid te beheersen. Op trompet komt hij vooral geïnspireerd voor de dag wanneer hij kiest voor kleine effecten die vaak niet meer dan details lijken, maar die samen wel een heel eigen verhaal vertellen. Hier komen zijn kwaliteiten beter tot uiting dan wanneer hij voor een meer melodische benadering kiest, een fenomeen dat bij vrij improviserende muzikanten natuurlijk niet zo uitzonderlijk is.   Dat McPhee meer in het linkse kanaal zit en Küchen in het rechtse is een welgekomen hulp. Meer dan eens loopt het geluid van de ene immers over in de andere, zoals in ‘A Desert on Fire, a Forest’ waar ze knap rond elkaar cirkelen. In ‘Bruder Beda is nicht mehr’ lijken ze dan weer meer het onderlinge contrast uit te spelen. Het gevolg is een een Batman en Robin-achtige verhouding, waarbij de klagende alt van Küchen misschien wat minder power heeft dan de tenor van McPhee, maar minstens evenveel, zoniet meer, karakter laat horen.   Het ritmeduo achter de blazers treedt in verschillende gedaanten aan. Bassist Per Zanussi kan een stevig en roterend geluid bovenhalen, terwijl hij in de intro van de titeltrack net het ijle geluid van een barokke gamba evoceert. Drummer Raymond Strid verstaat dan weer de kunst om het spelen met cimbalen en vellen zo goed in elkaar te laten overlopen, dat zijn geluid doet denken aan dat van Art Blakey, zei het dan in een meer ingehouden gedaante. Dit is vooral goed hoorbaar in ‘Bruder Beda ist nicht mehr’ dat gezegd is met een zwoele groove als in Ellingtons ‘Caravan’.   Ook wat energieker klinkt ‘A Different Koto’ waar Zanussi en Strid voor een overduidelijke, potente jazzritmiek kiezen, een heel verschil met de meer bedachtzame stukken. Die nemen bij momenten een soundscape-achtige gedaante aan waarbij de muzikanten opvallend veel ruimte voor elkaar laten. Zo meandert het viertal in ‘Xe’ minutenlang verder zonder hoogtepunt, maar zonder ook maar ergens in te zakken. Waar dit stuk een open ritmiek en een min of meer vrij tempo krijgt, zorgen bas en drums in het meditatieve ‘Our Midst’ net voor een duidelijke harmonie en vorm. Dat McPhee en Küchen hier dan ook nog eens quasi perfect tonaal blijven spelen, maakt het verschil met de andere stukken nog groter.   Toch klinkt ‘Human Encore’ als een coherente cd, net omdat de muzikanten duidelijk voor het kwartet kiezen en niet hun eigen race rijden. Het gevolg is een live-album dat een mooie balans vindt tussen compositie en improvisatie, groove en vrijheid en dat een bijzonder goed uitgebalanceerd groepsgeluid laat horen. En daar kunnen ongenode gasten als een blaffende hond of een autoalarm niets aan veranderen.
http://www.kwadratuur.be/cdbesprekingen/detail/trespass_trio_joe_mcphee_-_human_encore

Improjazz review by Luc Bouquet

eskelin 1_improjazz
eskelin 2-IMPROJAZZ

Image

Jazznews review by Thierry Lepin

CF269-278_Jazz-News

Jazzflits review by Herman te Loo

CF 271Ellery Eskelin – Mirage (CF 271)
Tenorsaxofonist Ellery Eskelin is een meester van hetunderstatement. In alle groepen waarin hij een rol speelt, is hijwars van drukdoenerij en imponeergedrag. Met een volstrektunieke (en onmiddellijk herkenbare) tenorsound en dito frase-ring is hij een van de belangrijkste stilisten van zijn generatie opzijn instrument. Bovendien is het een muzikant die steeds nieu-we speelsituaties opzoekt. Een voorbeeld is het nieuwe trio met‘pedal steel guitar’-speelster Susan Alcorn en bassist MichaelFormanek dat zijn debuut maakt met ‘Mirage’. Het album, datgeheel improviserend tot stand is gekomen, wordt in de speel-stijl belangrijk geïnformeerd door het instrument van Alcorn. Deglijdende tonen van de ‘pedal steel guitar’ zijn voor Eskelin enFormanek ook een uitgangspunt voor hun instrumentale lijnen.De muziek krijgt daardoor iets ongrijpbaars, als een voortdurendveranderende caleidoscoop. Het drietal lijkt steeds omtrekkendebewegingen om een melodie te maken, waardoor er wonder-baarlijke muziek ontstaat die eigenlijk alleen vergelijkbaar ismet de groepen van vader Joe en zoon Mat Maneri.

CF 276Harris Eisenstadt September Trio – The Destructive Element (CF 276)
Ook in het September Trio van drummer/componist HarrisEisenstadt is een grote rol voor Eskelin weggelegd. Hier horenwe hem van een wat meer soulvolle kant, want ook dat heeft hijin zijn bagage. Door de sterke linkerhand van pianiste AngelicaSanchez komen er op ‘The Destructive Element’, de tweede cdvan de groep, af en toe stevige, bluesy ‘grooves’ langs. Ze vor-men een contrast met de 20steeeuwse klassieke muziek die ookEisenstadts interesse kan wegdragen. Zo horen we een tweetalstukken die opgedragen zijn aan Arnold Schönberg en doet‘Back and fourth’ aan het werk van Erik Satie denken. Eisenstadtis een drummer die zichzelf lijkt weg te cijferen, maar ondertus-sen de gang van zaken soepel en behoedzaam stuurt, zoals PaulMotian dat zo mooi kon. Hij is een primus inter pares in eengroep die weliswaar zijn naam draagt, maar waarin niemandzich naar de voorgrond dringt. En daar is de muziek bij gebaat.
https://docs.google.com/viewer?a=v&pid=gmail&attid=0.1&thid=14117932e3ea2357&mt=application/pdf&url=https://mail.google.com/mail/u/0/?ui%3D2%26ik%3D2f4a3d8e1f%26view%3Datt%26th%3D14117932e3ea2357%26attid%3D0.1%26disp%3Dsafe%26zw&sig=AHIEtbRTjaasY8CPctDsDUPFV4iOGXJDTA

All About Jazz Italy review by Alberto Bazzurro

CF 279Mark Dresser Quintet – Nourishments (CF 279)
C’è il sax alto di Rudresh Mahanthappa a dettar legge nel brano che apre questo nuovo album del sessantunenne (il 26 settembre: auguri) bassista losangelino, per l’occasione alla testa di un quintetto ottimamente coeso entro cui si alternano due diversi batteristi. Ed è, quella di Mahanthappa, una voce iperaffermativa, viscerale, le cui scorribande solistiche (ma anche l’incidenza nei collettivi) segna massicciamente il lavoro, fino a farlo pendere qua e là fin troppo dalla sua parte. Il tratto è ora più colemaniano, ora più dolphyano (quindi più aspro, spigoloso), quando non berniano (per densità), elemento, quest’ultimo, che ritroviamo peraltro nelle stesse atmosfere globali del disco, nell’elemento più squisitamente compositivo, strutturale. Quando è per contro il plastico trombone di Michael Dessen a fare da boa, nello specifico ma qui pure anche come tratto più globale, già lo scenario muta, facendosi più colloquiale, rotondo. E ci sono poi le sezioni in cui il trio senza fiati rimane da solo a menare la danza, e tutto si smagrisce, si rarefa, si raffina, anche, col contrabbasso del leader (non di rado archettato) a fungere da catalizzatore.

Siamo partiti fissando questi paletti, perché di fatto l’intero album si sviluppa a grandi linee lungo tali direttrici, sia negli episodi più diretti che in quelli più compassati, come già i due che seguono l’iniziale “Not Withstanding,” vale a dire “Canales Rose” e “Para Waltz”. Più pieno, invece, “Nourishments,” aperto da un bel dialogo tra i due fiati, col collettivo che prende poi il sopravvento, non disdegnando, a centro brano, gustosi accenti monkiani.

La solidità di quest’ultimo episodio (ma di fatto dell’intero lavoro) si allarga al successivo “Aperitivo,” mentre un duetto Dessen/Dresser introduce “Rasa,” che poi si sviluppa su una sorta di anomalo, robusto contrappunto. Chiude il brano di tratto più berniano (con “Canales Rose”) del CD, “Telemojo,” sorta di ripasso delle architetture che già ci siamo premurati di evidenziare.

Disco senza fronzoli, solido – come si è già detto – e costruito con mano sicura. Composizioni tutte di Mark Dresser, in un caso (“Not Withstanding”) in coabitazione con Rudresh Mahanthappa.
http://italia.allaboutjazz.com/php/article.php?id=9422