Category Archives: Concerts

Concert review by Guy Peters

Angles 9, 13 oktober 2012, KC BELGIE 

Na drie bejubelde live albums werd het hoog tijd dat Angles eens te horen was in België. De verwachtingen die door het recente By Way Of Deception gecreëerd werden, waren bijzonder hooggespannen, maar werden moeiteloos ingelost door een bende die speelde met plezier, gretigheid en een verpletterende energie. Als achteraf zelfs de hardnekkigste zoutpilaar in je omgeving toegeeft even van z’n melk te zijn, dan weet je genoeg. Dit was niet minder dan een triomf.   Ongelooflijk om te beseffen dat Angles nog maar zo weinig speelkansen gekregen heeft. Het is nochtans een band die zowel tegemoet kan komen aan de honger naar avontuur van de hardcore liefhebbers, als de nieuwsgierigheid van de meer toevallige luisteraar. De band werkt met opzwepende ritmes, meeslepende melodieën, majestueuze harmonieën en heeft vooral, en dat onderscheidt hen van veel vergelijkbare bands die in diezelfde vijver vissen, bakken soul en emotie in de aanbieding. De muziek van Angles, waarin invloeden uit de meest uiteenlopen uithoeken samengebracht worden tot een soms overrompelende combinatie, overtuigt zelfs de meest geharde scepticus. Dit concert was dan ook maar een stap in een groter verhaal dat nog gaat komen.   Vanaf opener “Dactyloscopy” werd het vuur aan de lont gestoken, met gespierde salvo’s die door een front van vijf blazers afgevuurd werden. Leider/altsaxofonist Martin Küchen fungeerde daarbij als de sergeant die z’n manschappen door een met mijnen bedekt terrein gidste, voortdurend heen en weer wiegend, aanmoedigend, sturend en roepend. Met trompettisten Goran Kajfes en Magnus Broo, trombonist Mats Äleklint en bariton- en sopraninosaxofonist Eirik Hegdal beschikte hij dan ook over volk dat moeiteloos mee kon en wilde in zijn verhaal. Ultrastrak waren de blaaspartijen zelden, maar dat is ook niet de bedoeling, omdat het een voortdurend geschuif van insteken is, waarbij die lichte oneffenheid de muziek net die rauwe stuwing en levendigheid bezorgen.   In die opener zorgde de kracht voor een bijna chaotische impressie. Die zou later meer naar de achtergrond verdwijnen, omdat de richting van de Anglescomposities doorgaans duidelijk uitgestippeld wordt. Dat het de vrijheid van de band toch niet belemmerde, is een collectieve verdienste. “By Way Of Deception” was slechts een van een resem stukken die teren op een niet kapot te krijgen groove, waarbij de swingende en soms ophitsende arrangementen steeds blijven evolueren en je plots tegen een muur van machtige harmonieën laten aanbeuken. In de voluptueus pompende stukken, als de negen er allemaal tegelijk tegenaan gingen, was het een beetje zoeken naar pianist Alexander Zethson, maar die kreeg ook een paar schitterkansen.   Zo zat in het machtige “Today Is Better Than Tomorrow”, dat na verschillende versies van Angles en Küchens Trespass Trio opnieuw grondig verbouwd werd, een passage waarin Zethsons spel haast fragiel dwarrelde over een hyperintens schetterende solo van Broo. Was die bij een vorige passage van Atomic in Hasselt nog de minst opvallende figuur, dan drukte hij deze keer z’n stempel op het concert, met een paar emotionele krachttoeren die de al meeslepende muziek van Angles nog intenser maakte. In de tweede set maakte hij je in “In Our Midst” wijs dat je ergens op een of andere Spaanse vlakte zat, zo sterk werd je meegezogen door de kleurrijke melange van de band.   Opmerkelijkst van al was echter de opener van die tweede set. Een nieuw nummer, eigenlijk niet meer dan een schets, een veredelde jam, werd door rollende piano en drums op gang gebracht om vervolgens uit te groeien tot een feest van bedwelmende ritmes, meer Fela Kuti dan Charlie Haden. Een wereld van verschil met de stugge abstracties van veel freejazzbands. Angles dat label opkleven doet de band dan ook tekort: de negen maakten een trip door Zuid-Europa, de Balkanregio, Afrika en hier en daar zelfs het Midden-Oosten, met dramatisch gewicht, passie en een machtige groove, die door bassist Johan Berthling en drummer Andreas Werliin (invaller voor Kjell Nordeson) steeds bleef rollen en rollen. Stukken zouden zo eindeloos kunnen verder malen.   Net als op het recente album werd afgesloten met “Let’s Tear The Threads Of Trust”, dat nog eens het hele gamma smenvatte, van fijnzinnig samenspel (met een prachtig scharniermoment van Zethson en vibrafonist Matthias Ståhl) tot majestueuze grandeur. Het was alsof zich een breedbeeldfilm voor je netvlies ontplooide. Het is muziek die, zonder ooit goedkoop of plat te worden, recht op het hart afgaat en je moet dan ook een zielloze kwast zijn om dit niet te voelen. De reactie van het publiek was dan ook navenant, en de band repliceerde een laatste keer met een opzwepende versie van “Every Woman Is A Tree”, dat uitgroeide tot misschien wel het hoogtepunt van de avond. De machine daverde nog harder dan tevoren en de samenzang aan het einde was de kers op de taart. De brede grijns en omhooggestoken vuisten van Küchen spraken boekdelen.   Het overwegende gevoel was dan ook dat deze band gewoonweg te veel in huis heeft om een snoepje van een handvol hardcore liefhebbers te blijven. Zet dit op Gent Jazz en het dak gat eraf. Zet dit op Jazz Middelheim en de tent staat op z’n kop. Zet dit op eender welk jazzfestival, en organisatie en publiek worden eraan herinnerd wat muziek ook kan zijn: een spannend feest van uitbundigheid en kleur, een emotionele achtbaanrit, een stomp in de maag. Zo compleet komen ze zelden aan de meet. Angles is de te kloppen band van het moment.
http://www.enola.be/muziek/live/20401:angles-13-oktober-2012-kc-belgie

Concert review by Koen Van Meel (photo by Petra Cvelbar)

Concerten van Motives For Jazz in het KC Belgie zijn er zelden naast, maar daarom er nog niet altijd zo pal op als met Angles 9. Wie de passage van deze grotendeels Zweedse band onderging kon geen antwoord verzinnen op de vraag waarom dit pas de eerste passage van de groep in België was. Of waarom geen andere zalen op het Europese vasteland geïnteresseerd waren om deze stoomwals in huis te halen.

Toen waren ze al met negen: het optreden van Angles in het KC Belgie was een (voorlopig?) eindpunt van een evolutie die het liedje van de ‘10 Kleine Negers’ in omgekeerde richting aflegt. Wat enkele jaren geleden begon als een sextet, werd met het toevoegen van een pianist en een extra saxofonist op de recentste cd ‘By Way of Deception’ een octet. In Hasselt stonden ze er dan tenslotte als nonet. Trompettist Magnus Broo, na jaren trouwe dienst de grote afwezige op ‘By Way of Deception’, was verloren zoon af en stond schouder aan schouder met zijn vervanger Goran Kajfes (hier op cornet). Het resultaat: nog meer blaaskracht en dat hebben de concertgangers in Hasselt geweten.   Trouwens niet alleen de bezoekers, ook pianist Alexander Zethson mocht aan den lijve ondervinden wat het betekent om achter een line-up van vijf blazers plaats te moeten nemen. Hoewel Broo, Kajfes, trombonist Mats Aleklint en de saxofonisten Martin Küchen (grote bezieler van de band) en Eirik Hegdal geen enkele vorm van versterking genoten, was er voor de arme Zethson in de tutti-passages geen doorkomen aan, zeker niet in de eerste set. Alleen in combinatie met enkel drummer Andreas Werliin, vibrafonist Mattias Ståhl of bassist Johan Berthling was zijn muzikale inbreng, die op cd een echte meerwaarde vormt, hoorbaar.

Mats Äleklint & Martin Küchen (Foto: Petra Cvelbar)  Dat Zethson ondergesneeuwd geraakte was zondermeer een spijtige zaak, maar het oplossen was geen sinecure. Het versterken van de hele band was geen optie, al had de Hasseltse dak- en ramenindustrie er wel goed bij gevaren. Gelukkig deed de grotendeels akoestische setting, zelfs met het balansprobleem, geen afbraak aan de essentie.   Alsof chef Küchen het publiek meteen stevig op de proef wilde stellen, zette hij de set in met ‘Dactyloscopy’, veruit het meest abstracte nummer op ‘By Way of Deception’. Voor een duidelijke melodie was geen plaats, voor simultaan en gelaagd hakkende ritmes in de blazers des te meer. Alleen de in kleinere bezetting uitgevoerde, vrij geïmproviseerde tussenspelen zorgden voor verlichting. Met de moeilijke kop er af, kon Küchen zijn troepen ongegeneerd op radicaal meeslepend terrein sturen. In de titeltrack van de laatste plaat barstte de band uit in het uitzinnige, collectief gespeelde thema en de daarna losgelaten solisten werden geschraagd door een haast ritueel denderende ritmesectie. Als een hymne gonsde de melodie door de ruimte, alsof de band verlossing of minstens loutering wilde verkrijgen voor elke aanwezige individueel. De bochten richting een zwoeler geluid en oosterse krullen in de melodielijn stelden de sfeer bij, maar deden niets af van de toegankelijkheid van de muziek.   ‘Today is Better Than Tomorrow’, afsluiter van de eerste set, was al even overdonderend en zielsverheffend, zeker toen op het einde de hele band over de kranig en energiek solerende Kajfes heen zeilde. Dat de band meer dan decibels en hoogst verslavende melodieën in huis had, was te horen in het georkestreerde echospel waarbij verschillende muzikanten elkaar individueel op de hielen zaten met een zelfde melodie: het middeleeuwse canonprincipe toegepast in freejazz met een auditief 3D-effect tot gevolg.   Voor het tweede deel van de set grepen Küchen en zijn Angles naar nieuw repertoire: eerst als een volwaardige soul bigband, maar wel nog met een verzengende collectieve improvisatie en een nu wel goed hoorbare Zethson die dan maar meteen een knap opgebouwde en ellenlange spanningsboog trok. Voor ‘In Our Midst’ wipte Angles even binnen bij de Afrikaanse muziek en flamencoharmonieën, maar opnieuw zonder de eigenheid te verliezen.   De spreekwoordelijke klap op de vuurpijl kwam er met ‘Lets Tear The Threads of Trust’ dat ook op cd de deur mag dichtdoen. Al leek dichtsmijten in Hasselt een betere omschrijving. Na de klankgerichte basintro en een heerlijk kleurrijke passage van Kajfes, creatief met demper, was het enkel nog even gas terugnemen voor de klankwolken van Zethson (die hij ook op de cd bovenhaalt). Voor het overige was het kop vooruit en gaan, met een ontketende Werliin die zonder te bruuskeren het nummer en de hele band naar een nieuw extatisch niveau tilde.   Het quasi religieuze van de hartstocht waarmee de muzikanten speelden en de tot samenzang nopende melodieën culmineerde in het bisnummer waarin zowaar een instrumentale voor- en nazang te horen was, alsof de muzikanten de aanwezige jazzgemeenschap alsnog uitnodigden om mee te zingen. Of te dansen, want met de muziek van Angles kon alles: van bidden tot polonaise lopen op catchy thema’s, geëngageerde solisten en eenvoudige, maar ter zake doende arrangementen. Alleen onverschillig blijven bleek geen optie. Toch niet voor het razend enthousiaste publiek, dat van Motives For Jazz en het KC Belgie toch wel een en ander gewend is.
http://www.kwadratuur.be/reportages/detail/angles_9_-_kc_belgie_hasselt/#.UHuv3-3QWeV

Tomajazz review of MOPDTK in Huesca


Mostly Other People Do the Killing in Huesca
Fecha: 15 de febrero de 2011
Lugar: Centro Cultural del Matadero, Huesca
De un modo similar a lo que pasa en la física de partículas, la música del cuarteto Mostly Other People Do The Killing funciona (de momento) en tres niveles de energía. En el primero, el menor, está la de sus discos en estudio. En el segundo están las grabaciones de sus conciertos, discos en directo como el recién editado The Coimbra Concert (Clean Feed). En el tercero, el más elevado, está su directo.

En cada uno de esos niveles encontramos una serie de elementos comunes con el nivel siguiente. En el más bajo están las composiciones de su líder Moppa Elliott y también su habilidad en elegir las versiones; un gran sentido del humor (las portadas parodiando a discos clásicos; los títulos de las canciones que no son otros que nombres de ciudades de Pensilvania, o las delirantes liner notes de Leonardo Featherweight); también cuatro instrumentistas sobresalientes.

En el segundo nivel aparece la combinación de esos temas del líder del grupo con composiciones instantáneas y citas de clásicos, así como estilos de lo más dispar en un tótum revolútum que, en teoría y según los cánones, posiblemente no tenga mucho sentido, pero que en forma de grabación no sólo genera una música arrebatadora, sino que ha logrado que el grupo dé a luz su mejor obra.

En el tercer nivel la suya se transforma en la música de la sorpresa. Ahí están esos músicos impresionantes. En Huesca destacó especialmente Peter Evans, que demostró ser un virtuoso de la trompeta. Sobre el escenario del Matadero dio una lección de dominio técnico de su instrumento a todos los niveles, pero sin que su discurso quedase supeditado u oculto por ello. El segundo gran protagonista fue el baterista Kevin Shea. Sobre él no se puede decir que sea un virtuoso o un fino estilista. Sin embargo su discurso encaja a la perfección con el del grupo. Es nervioso, inquieto, y ayer con sus sonidos pregrabados se dedicó a dirigir por momentos al conjunto en sus improvisaciones. También fue el protagonista del momento más divertido de la noche con un original solo de codos sobre los parches ejecutado con una intensidad propia del más energético de los grupos del rock más energético. Hasta sus gafas, que salieron volando y por lo que parece terminaron indemnes, sintieron la high-energy que es capaz de acumular. El saxofonista Jon Irabagon fue el compañero ideal de viaje de Peter Evans. Además de con sus solos se enzarzó en unos magníficos intercambios con el trompetista, idea va-idea viene, aunque no estuvo tan potente como se le ha llegado a escuchar en alguna grabación reciente, en concreto en Foxy.

En  cuanto a la música, no se miente si se afirma que es la de siempre (las composiciones de Moppa Elliott con sus estructuras de blues y giros habituales en el jazz como lanzaderas), como tampoco se haría si se dijese que es totalmente nueva. Las piezas se forman a partir de la recombinación no prefijada de antemano de las composiciones de Moppa Elliott que hace que los temas se sepa cómo empiezan pero no cómo terminarán, versiones sorprendentes como la interpretada en Huesca de un tema de David Sanborn, las citas de temas clásicos del jazz y también de la clásica o la mezcla de estilos: New Orleans, be-bop, cool, hard-bop, libre improvisación, free, funk.

Finalmente está Moppa Elliott. En segundo plano, sonriente y tranquilo, es el líder que sin dejar de dirigir deja hacer a sus compañeros, confiado y feliz puesto que sabe que todo está en buenas manos.

Acaba de comenzar 2011 y ya tengo a un candidato más que firme a concierto del año. Moppa Elliott comentaba al final del concierto que en verano es posible que vengan a dar unos cuantos conciertos en festivales, citaba el de San Sebastián, aprovechando su gira estival europea. Si se me acepta el consejo, si alguien tiene la oportunidad de ir a verlos en directo que no se los pierda.
http://www.tomajazz.com/conciertos/2011/02/mopdtk_huesca.html

The New York Times review by Nate Chinen

A Melting Pot of All Kinds of Rhythms, Harmonies and Vamps

Harris Eisenstadt, a drummer and composer originally from Toronto, takes a fixer’s approach to music making, looking for ways to fit the pieces together. He works along jazz’s progressive fringe but doesn’t generally set out to make a ruckus. In his own music especially, he often seems intent on extracting consonance from dissonance or forging ungainliness into grace.

His most recent album, “Woodblock Prints” (No Business), presents a prepossessing take on chamber jazz, with a lineup that includes bassoon, French horn, electric guitar, tuba and trombone. He applies the same creative standard to a more conventionally shaped quintet, Canada Day, which released its self-titled debut last year and is scheduled to record a follow-up this weekend. Mr. Eisenstadt brought the band to the Cornelia Street Café on Monday night, playing music that will presumably end up on that release.

The first set opened with a coordinated spasm. Mr. Eisenstadt and his rhythm-section partners, the vibraphonist Chris Dingman and the bassist Eivind Opsvik, locked into an odd-metered vamp, while the tenor saxophonist Matt Bauder floated long tones above. Against this off-center but stable foundation, the trumpeter Nate Wooley improvised in breathy blurts, a dark graffiti scrawl. It was abstract expressionism, but the tune, “To See/Tootie,” never sealed itself off, inviting engagement instead.

This was partly a matter of texture. Mr. Eisenstadt played with a keen ear for it, creating a breadth of sound with his drums and cymbals, but at the lowest necessary threshold of volume. And Mr. Dingman, the harmonic center of the band, voiced even oblique chords with a crushed-velvet touch, letting them resonate softly in the room. The hollow sound of Mr. Opsvik’s bass furthered an impression of warmth, as did the tone of Mr. Bauder’s tenor (shadowy, rounded) and the timbre of Mr. Wooley’s horn (matte finish, no-glare).

The compositions often involved some rhythmic sleight of hand: in “To Eh,” a skittering double-time beat over an angular bass line, suggesting two simultaneous tempos; in “To Be,” a melody oscillating between eighth notes and eighth-note triplets, giving the impression of a shift in gears.

But there was also plenty of harmonic action embedded in the tunes. “To Seventeen” had trumpet and saxophone pushing forward in intertwining strands, their lines periodically connecting to suggest an evocative chord.

And in the set closer — “Song for Owen,” dedicated to Mr. Eisenstadt’s son — the front line shared a quirky melody in octaves, over a light midtempo swing. The song was closer to normative post-bop than anything preceding it in the set, but its harmonies didn’t resolve quite the way you would expect, leaving the impression of a lullaby left to warp on a dashboard, or viewed through a distorting lens. And yet the band gave it a sense of proportion and finesse, leaving nothing out of place.
http://www.nytimes.com/2010/12/01/arts/music/01eisenstadt.html?_r=3&ref=music

Ricardo Gallo’s Tierra de Nadie launches “The Great Fine Line” at Joe’s Pub

On November 11th
Check more at: www.joespub.com/component/option,com_shows/task,view/Itemid,40/id,5467

“…The emotional resonance invoked by the music is striking. So too is the structural and formal sophistication of the young keyboard player Ricardo Gallo’s music.”
-James Nichols, All About Jazz, May 9th 2008

Ricardo Gallo’s “Tierra de Nadie” performs original music conceived as a sort of imaginary musical folklore, a “No man’s land” which is the intriguing basis for exploratory improvisations. Featuring Mark Helias on bass, Ray Anderson on trombone, Pheeroan akLaff on drums and Dan Blake on saxophones, pianist Ricardo Gallo aims for a vivid collective sound, rooting the music with lush compositions that picture a landscape of its own, providing a space in which contributing musicians can inhabit freely and also, that is devoid of flags.

Born in Bogotá, Colombia, Ricardo Gallo is active as a composer of contemporary concert music, and as a pianist performing jazz and improvised music.  He leads different projects that relate aspects of Colombian folklore to contemporary musical expressions.

* This concert will be the release of Tierra de Nadie’s debut album: “The Great Fine Line”, issued under the Portuguese label Clean Feed Records, which was lauded record label of the year in 2009 by All About Jazz NY. This album is also the 5th by Ricardo Gallo as a group leader.

Price: $12 in Advance; $15 at Door
7:30 PM – November 11

“Bacalhau” release party by the Daniel Levin Quartet !!!

Chicago Reader article by Peter Margasak

Steve Swell and Mikolaj Trzaska: Intimate Free Jazz at the Velvet Lounge Wednesday
New York trombonist Steve Swell is one of improvised music’s most tireless figures, a musician who seems to take sustenance from working constantly in countless contexts, both as leader and sideman. His calling card is blustery, hard-charging free jazz—the kind of energy music he’s been playing for two decades with the likes of William Parker, Rob Brown, Rob Mazurek, and Gebhard Ullman. Swell is bandleader of several projects, most with shifting personnel, and one of the most interesting—and certainly the most germane to his performance Wednesday night at the Velvet Lounge with Polish reedist Mikolaj Trzaska—is a trio outing from last year called Planet Dream (Clean Feed CF 148 ).

Also featuring alto saxophonist Brown and cellist Daniel Levin, the album contains a mix of fully improvised pieces and knotty postbop tunes by Swell, and in every case the emphasis is on fleet give-and-take interaction. Because there’s no drummer, the music is superficially less aggressive than most energy music, but it’s hardly placid; all three participants can kick up dust with lines that move almost blindingly fast, and Levin’s pizzicato sometimes approximates a percussionist’s role. With his fat, brawny tone, Swell can make himself heard through the thickest of dins, but here he accommodates the relative intimacy instead of treading on the rest of the ensemble—though a piece like “Juxtsuppose” proves they can also make a mighty noise.

Mikolaj Trzaska
Trzaska made his first visit to Chicago in November 2008 at the Umbrella Music Festival, in a trio with bassist Kent Kessler and drummer Michael Zerang. A veteran of the Gdansk scene, he also operates the Kilogram label and has developed an international profile over the past decade, playing and recording with the likes of Peter Brötzmann, Joe McPhee, Johannes Bauer, and Ken Vandermark—he’s part of the Chicagoan’s Resonance Project, which launched in Krakow three years ago and also includes Swell. Considering the company he keeps, it’s not surprising that he favors a blistering, high-energy attack, but he’s got a broader range than that. On the album Nadir & Mahora (Kilogram), cut with Zerang and Swiss cellist Clementine Gasser, Trzaska is relatively restrained and lyrical on alto and C-melody saxophones—though his playing, marked by a tightly coiled lines that lash the air like wind-snapped cables, remains intense even when he dials things down.

Swell and Trzaska will play as a duo and then be joined by a number of Chicagoans, including reedist Dave Rempis, drummer Frank Rosaly, and vibist Jason Adasiewicz.
Steve Swell photo by John Rogers
http://www.chicagoreader.com/TheBlog/archives/2010/10/12/steve-swell-and-mikolaj-trzaska-intimate-free-jazz-at-the-velvet-lounge-wednesday